Honderd jaar geleden riep Pieter Jelles Troelstra vanuit Rotterdam op tot een vreedzame socialistische revolutie. Het lukte hem niet. Niettemin was de voorman van de SDAP (de voorloper van de Partij van de Arbeid) voor de grootvader van de latere hoofdredacteur van het Rotterdamse dagblad Het Vrije Volk zijn grote voorbeeld.

Die grootvader was zijn leven lang vakbondsleider in Rotterdam en zijn kleinzoon de journalist, die in zijn Rotterdamse Vrije Volk-periode onder meer de Lockheed-affaire rond Prins Bernhard aan het rollen bracht. Schitterende diepgaande onderzoeksjournalistiek, die Gert-Jan Laan tot op de komma’s nauwkeurig volbracht samen met wijlen zijn collega Rien Robijns. Het koningshuis wankelde.

Geert-Jan Laan herdacht de Troelstra-revolutie van 100 jaar terug op het digitale platform Vandaag & Morgen. Dagblad010 volgt nu, ook  een klein beetje om de actuele PvdA-machtsgreep van Barbara Kathmann in Rotterdam te eren. Troelstra stond er voor op zeepkisten. Miss Barbara had aan één mailtje voldoende. (JDS)

 

door Geert-Jan Laan

Het was 11 november 1918 – binnenkort dus honderd jaar geleden – en Duitsland capituleerde. De Eerste Wereldoorlog was ten einde. In het Algemeen Verkooplokaal aan de Goudsesingel 33A in Rotterdam stond Pieter Jelles Troelstra voor een zaal vol leden van de SDAP en de vakbeweging NVV. De leider van de Nederlandse sociaaldemocatie ontvouwde zijn plannen om de macht in Nederland te grijpen.

Al weken ging er een golf van revoluties door Europa. In oktober eerst Rusland, waar Lenin de macht greep. Later in november 1918 dreigde dat ook in Duitsland, waar de Keizer naar Nederland moest vluchten.

Troelstra (1860-1930) wilde geen gewelddadige revolutie. Aan het einde van zijn toespraak bezwoer hij zijn gehoor “zich niet te verleiden door droombeelden, door avonturiers en fantasten.”

Nederland was officieel neutraal tijdens de Eerste Wereldoorlog. De regering en de oppositiepartijen kwamen overeen hun onderlinge verschillen zo lang neer te leggen om Nederland eensgezind door de oorlog te loodsen. Stakingen en demonstraties waren niet meer aan de orde. Ook Troelstra had zich hierin geschikt.

Dat alles voorkwam niet dat Nederland wel degelijk de gevolgen van de oorlog voelde. De voedseldistributie kwam zwaar onder druk te staan en schaarste dreigde. In Amsterdam brak in 1917 het zogenaamde aardappeloproer uit. Huisvrouwen stonden uren in de rij voor een paar aardappels, terwijl er geruchten gingen dat we nog steeds volop aardappels exporteerden aan het oorlogvoerende Duitsland. Na vier jaar compromis vond Troelstra het tijd voor een radicaal andere koers.

Als reactie op de oproep van Troelstra nodigde de Rotterdamse havenondernemer Nijgh de vakbondsleiders Brautigam en Heijkoop uit om bij hem thuis te praten over de ontwikkelingen in Duitsland. De Rotterdamse burgemeester Zimmerman wilde met deze socialistische vakbondsleiders spreken over hoe de machtsoverdracht op een ordelijke manier zou kunnen plaats vinden, gesteld dat Troelstra zijn zin zou krijgen.

Geert-Jan Laan

Daar bleek echter al snel geen sprake van te zijn. In het bestuur van de SDAP groeide het aantal tegenstanders van Troelstra. Een dag later, op 12 november, verspreidden de katholieken een manifest in een oplage van 500.000, tegen de revolutie.

De protestants-christelijke jongeren schaarden zich achter de acties van de Bataafsche Petroleum Maatschappij (nu Shell) om de regering de Vrijwillige Landstorm te laten mobiliseren. Uiteindelijk stuurde de regering zo’n vijfduizend militairen naar Rotterdam, de haard van de dreigende opstand.

Op 14 november organiseerden de confessionelen grote bijeenkomsten in de Laurenskerk en in hetzelfde Algemeen Verkooplokaal waar Troelstra nog maar net de revolutie had aangekondigd. Op 18 november vonden eerst in Den Haag en later ook in Rotterdam massale bijeenkomsten plaats waarbij de koninklijke familie door duizenden werd toegejuicht. Een week na zijn beruchte toespraak bleek de revolutie van Troelstra niet meer dan een storm in een glas water te zijn.

Burgemeester Zimmerman, die iets te vroeg inzette op de revolutie, verloor zijn baan. Hij ging werken voor de Volkenbond en was eind jaren twintig een groot bewonderaar van de Italiaanse dictator Mussolini.

Pieter Jelles Troelstra gaf dertien jaar later in zijn Gedenkschriften ruiterlijk toe dat hij zich had vergist. Hij schreef: “In het algemeen moet worden toegegeven dat van een onweerstaanbare revolutionaire beweging in november 1918 geen sprake is geweest. In die dagen van beroering en talloze oncontroleerbare geruchten was het niet mogelijk daaromtrent een juist beeld te verkrijgen. Mijn voorstelling van de invloed die de Duitse revolutie op ons volk moest uitoefenen is overdreven gebleken.”

Hoewel de sociaaldemocraten niet aan de macht kwamen (pas in 1938 kwamen ze in de regering) hadden de gebeurtenissen wel zoveel indruk gemaakt op de werkgevers dat zij vernieuwende sociale wetgeving niet langer massaal blokkeerden. Zo kwamen in korte tijd de Achturige werkdag, de Invaliditeitswet en de Ouderdomswet tot stand.

Troelstra had de revolutie dan wel niet voor elkaar gekregen, voor mijn grootvader, zijn leven lang vakbondsleider in Rotterdam, was de SDAP-voorman een groot voorbeeld. Op zijn schoorsteenmantel stond altijd een kleine bronzen plaquette met het portret van Troelstra. Dat staat nu bij mij.

Voor het schrijven van dit verhaal heb ik dankbaar gebruik gemaakt van onder meer het verhaal van Sjaak van der Velden in het tijdschrift van de Rotterdamse historische vereniging Roterodamum, de Gedenkschriften van Troelstra en de studie van dr. Scheffer, voormalig hoofdredacteur van het Rotterdamsch Nieuwschblad.

 

 

Print Friendly, PDF & Email