Tegen Albert B., verdacht van het doden en verkrachten van twee vrouwen in Rotterdam ruim een kwart eeuw geleden, is een gevangenisstraf van twintig jaar geëist. Een DNA-verwantschapsonderzoek zette de politie begin vorig jaar op het spoor van de Schiedammer. Zijn DNA kwam overeen met sperma dat bij de vrouwen was gevonden.

De 59-jarige B. zou in 1990 de 45-jarige dakloze Berendina Stijger hebben gedood en een jaar later de 22-jarige prostituee Francis Garcia-Hofland. ”De vrouwen zijn op afschuwelijke wijze van het leven beroofd. Respectloos, bruut en wreed”, aldus de officier van justitie.

Beide moorden hebben zoveel overeenkomsten dat ze volgens haar alleen maar door ”een en dezelfde dader” gepleegd kunnen zijn. De lichamen van alle twee de vrouwen werden buiten gevonden, ze waren deels bedekt, ze zijn met messteken in de hals om het leven gebracht en bij alle twee is een spermaspoor van B. gevonden.

B. is schizofreen en heeft psychotische stoornissen. Dinsdag hield hij warrige betogen in de Rotterdamse rechtbank, onder meer over pen en papier dat hij wilde hebben, en leek af en toe in slaap te vallen. Zijn advocaat Jan Boksem vroeg de rechtbank zelfs om te overwegen B. niet te vervolgen, omdat hij door zijn stoornis niet in staat zou zijn de zaak tegen hem te begrijpen. ,,Hij zit er voor spek en bonen bij.”

De rechtbank besloot die beslissing aan te houden, dus op dit moment er nog niet in mee te gaan, maar overweegt echter wel om dat later toch te doen.

De officier van justitie vindt ondanks de stoornissen dat de daden B. wel degelijk aangerekend kunnen worden en dat enkel een lange gevangenisstraf passend is. Daarom vroeg ze niet om tbs.

B. heeft de moorden en verkrachtingen altijd ontkend. Zijn advocaat vindt dat B. vrijgesproken moet worden. Volgens Boksem is het bewijs heel summier. Dat het sperma van B. bij de slachtoffers is aangetroffen wil volgens hem op geen enkele manier zeggen dat B. ze heeft gedood.

De rechtbank doet op 18 oktober uitspraak.

Print Friendly, PDF & Email