Er waren naar schatting honderd milieuactivisten van het Rotterdams Klimaat Initiatief en Fossielvrij Nederland bereid om, begeleid door gitaar en banjo, vanmiddag van de Coolsingel naar de toren van het Havenbedrijf te wandelen, waarvan twee hardliners uit Groningen met gebiedsvlag.

Honderd? Ja het aantal viel ook de organisatie vies tegen. Maar daar stond rijkelijk tegenover dat op het moment dat de wandeling begon niet toevallig het terrein van de grootste kolenboer van Europa – de EMO – door een andere milieugroepering in beslag was genomen en uiteindelijk vroegen ze allemaal om dezelfde aandacht: Nederland steenkolenvrij. En dat had professor Jan Rotmans op de trappen van het bordes van het stadhuis, voorafgaande aan de wandeling, al klip en klaar onder woorden gebracht: ”Ik woon in de zwartste stad van Nederland en ik ben er ook nog geboren.”

Daar ging het dus om. Om de kolen. Die komen van heinde en verre via Hoek van Holland Nederland binnen en worden bij de Rotterdamse EMO opgeslagen. Een groot economisch succes. Maar wat weegt zwaarder? Milieuorganisaties en ook de gemeenteraad willen dat proces geleidelijk uitfaseren, zodat het in 2030 in de lijn van het klimaatakkoord van Parijs is afgelopen. Maar toen kwam de aap uit de mouw: dat kon niet. Er lag in een la een oud eenzijdig contract, dat de EMO mocht lichten. Het wordt dus nu 2043.

Geen raadslid dat tot dusver gevraagd heeft of in dit ‘gelichte’ contract meteen het nieuwe verwerkt is, met wellicht nog weer eens 25 jaar. Dus 2068.

“Wat zeg ik?”, zei Jan Rotmans, ”Rotterdam de zwartste stad van Nederland? Rotterdam is de zwarte stad van Noord-West Europa. En een van de belangrijkste oorzaken is kolen. Niet zozeer de overslag, maar wel de verbranding ervan. En ik blijf zeggen: er was eens een generatie die dat cultiveerde en het stoer vond om een beetje vies te zijn. Maar mijn generatie en de generatie na mij pikken dat niet meer. Rotterdam moet de schoonste stad van het land worden. En van Noord-West Europa. Wij moeten stoppen met die kolen. De haven is verantwoordelijk voor 23% van de uitstoot van CO2 in Nederland, ik herhaal 23%, en de komende jaren loopt dat op naar een kwart. Dat is onbestaanbaar. Dat kan ik niet uitleggen aan mijn kinderen en ook niet aan de juniorleden van mijn voetbalclub. We moeten er alles aan doen om die stad en die haven te vergroenen.”

Of wethouder Adriaan Visser, wiens beleid door de initiatiefnemers van de klimaatmars openlijk niet gewaardeerd werd, maar wel de klasse had opgebracht om te komen en vervolgens alle tegenstanders geduldig aanhoorde, op het laatst nu het woord kreeg of het woord moest vragen (dat is onduidelijk), in elk geval herhaalde hij zijn eerdere toespraak in de raad: ”De kolencentrales mogen sneller dicht. Daar ben ik ook voor. Maar ik ben als verantwoordelijk wethouder wel gehouden aan het contract, dat 25 jaar geleden gesloten is, ook door de politieke partijen die nu tegen dat contract zijn.”


Print Friendly, PDF & Email