Lucille Ball (1911-1989) werd in 2005 – zestien jaar na haar dood – opnieuw en voor de tweede keer gekozen tot Amerika’s meest geliefde ster. Ball was een comédienne. Nederland kende haar van de tv-series The Lucy Show, Here is Lucy en I love Lucy, die een ongekende kijkdichtheid teweegbrachten: stille straten.

Lucille Ball bracht al die producties uit onder eigen label: 3000 medewerkers in eigen dienst. Ook maakte ze films, deze roodharige dame van Schotse komaf. Een maand voor haar plotselinge dood (1989) reikte ze samen met al even populaire Bob Hope de Academie Awards en kreeg daarbij een minuten durende staande ovatie. Amerikanen tellen ovaties; nadien heeft het nog nooit zolang geduurd.

Op de laatste dag van 1977 – nu veertig jaar geleden – werd zij in Het Vrije Volk onder hoofdredacteurschap van Herman Wigbold geportretteerd door de jonge verslaggever Jan D. Swart, nu columnist van Dagblad010.

Swart, die vanaf 1962 lid was de fanclub van Laurel & Hardy, en als kind als correspondeerde met de weduwe van Oliver Hardy, begon in 1968 aan zijn jaarlijkse zomerreizen naar Hollywood en interviewde – zoals hij zelf zei – ‘’iedereen die maar wilde’’.
Ook Lucille Ball.

Print Friendly, PDF & Email