Terwijl de Partij voor de Dieren in Rotterdam zich met het zweet op het voorhoofd bezig houdt met een autovrije Witte de Withstraat, Meent en Coolsingel en zich gisteravond in de bakkerswinkel tegenover het Mariniersmonument nog concentreerde op een groener en steenvrij Oostplein, sterven er honderdduizenden proefdieren in Nederland waarvan een deel in het Erasmus MC in Rotterdam en verder in Delft.

Uit het jaarverslag dierproeven 2016 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) blijkt dat er 8.5 procent méér proefdieren ‘mochten doodgaan’ zonder dat ze in een proef zijn gebruikt dan in 2015. In totaal stierven in 2016 440.766 dieren.

Van de dieren die stierven zonder te zijn gebruikt in een proef, zijn er 104.166 doodgegaan of gedood nadat ze waren gebruikt om mee te fokken. In totaal 336.600 zijn gedood of doodgegaan voordat ze werden gebruikt voor fok of dierproef, bijvoorbeeld omdat ze niet geschikt waren voor gebruik in dierproeven. De cijfers wijzen verder uit dat in 2016 449.874 dierproeven in Nederland hebben plaatsgevonden, 14,8 procent minder dan het jaar ervoor.

PS – Ter verduidelijking: het zijn de cijfers van 2016. We nemen aan dat het jaar 2017 niet opvallend diervriendelijker zal zijn geweest. Wie bestrijdt deze vreselijke slachting? De betekenis van de term ‘mochten doodgaan’ wordt niet nader verklaard. Mocht het iets anders betekenen dan ‘mochten worden vermoord’, dan vernemen we dit per ommegaande.

Print Friendly, PDF & Email

Laat een reactie achter