Burgemeester Aboutaleb is niet van plan om ook maar enige mededeling te doen over de status van de in Rotterdam wonende Samir A., die in 2006 als leider van de Hofstadgroep werd veroordeeld voor het voorbereiden van een terroristische aanslag in Nederland. Het dossier Samir A. raakt de Nationale Veiligheid en komt daardoor niet in aanraking voor een openbare behandeling, vond Aboutaleb. Zelfs niet in besloten kring, waar raadslid Tanya Hoogwerf om vroeg.
‘’Onbegrijpelijk’’, oordeelde Hoogwerf van Leefbaar Rotterdam, ‘’want zo komen we nooit te weten wat we nou wel of niet in de klauw hebben met reradicaliseren.’’ Bovendien stelde ze vast dat alle actuele informatie over Samir A. ‘’al op straat lag’’, met andere woorden: zinloos om verstoppertje te spelen. Als ‘’angstig voorbeeld’’ noemde Hoogwerf dat Samir A. vorig jaar nog een inzamelingsactie hield voor de kinderen van een omgekomen IS-strijder die zijn vriend was en dat hij thuis in Rotterdam ‘’huiskamergesprekken’’ zou hebben gevoerd met kwetsbare jongeren gedurende de vier jaar dat hij aan de enkelband zat. En nu weer, naar vermoeden. ‘’En waar leiden die gesprekken toe?’’
Nida-fractieleider Nourdin El Ouali vond het zoals altijd ‘’weer erg panisch’’ van mevrouw Hoogwerf en hoewel Tim Versnel (VVD) haar bezorgdheid deelde verwees hij de volledige discussie naar de Tweede Kamer en de minister van Justitie. Ook de suggestie van Hoogwerf om het Nederlands paspoort van Samir A. in te trekken kreeg het verkeersbord Den Haag mee van Versnel ‘’want daar gaat de burgemeester helemaal niet over.’’ Waarop Hoogwerf zei: ‘’Daar gaat hij wel over en het is nog simpel ook.’’ Bovendien was ze Samir A. eigenlijk liever kwijt dan rijk. ‘’Hij wil zelf graag het land uit, zorg dan dat ie opdondert.’’
De zwijgzaamheid van burgemeester Aboutaleb zat Hoogwerf zo dwars dat ze het zelfs als ‘’een brevet van onvermogen’’ kwalificeerde. ‘’Weet je wanneer er sprake zou zijn van een brevet van onvermogen? Als de burgemeester wel mededelingen zou doen’’, repliceerde Versnel.