Aboutaleb laat slavernijspeech zoals die is

5 August 2019, 10:54 uur
Algemeen
mainImage
Aboutaleb en Versnel

Burgemeester Aboutaleb is bereid om in zijn internationale contacten bij andere landen met een slavernijverleden aan te dringen op de erkenning daarvan. Dat antwoordt hij aan VVD-raadslid Tim Versnel, die in dit verband landen als Turkije en de Arabische Emiraten als voorbeeld had genoemd.

‘’Mensenrechten zijn vrijwel altijd een belangrijk gespreksonderwerp tijdens mijn internationale gesprekken. Ik wijs daarbij nooit naar de tekortkomingen van anderen, maar vertel over onze wijze van zien waar het gaat om mensenrechten, zoals recent in China’’, aldus Aboutaleb.

Aanleiding van deze vraag, als onderdeel van veel meer vragen over de bemoeienis van Aboutaleb met het Nederlands slavernijverleden, was het verzoek van de burgemeester van Rotterdam aan de regering om openlijk excuus aan te bieden voor die zwarte geschiedenis. Het was de tweede keer in twee jaar dat hij dit deed.

Reden voor de VVD-fractie in Rotterdam om bijvoorbeeld te vragen of ‘’dergelijk activisme handelt vanuit een gitzwart beeld van de Nederlandse samenleving, dat de alledaagse werkelijkheid, waarin mensen uit alle windstreken op voet van gelijkwaardigheid met elkaar sámenleven, geen recht doet?’’ Met andere woorden: ‘’Kan de burgemeester zich voorstellen dat dergelijke uitspraken voor veel Nederlanders voelen als een botte trap tegen de schenen?’’

‘’Ik onthoud mij van commentaar op opvattingen van anderen’’, is daarop zijn antwoord. ‘’Net als u ben ik positief gestemd over de alledaagse wijze van sámenleven in Rotterdam. Een inclusieve samenleving betekent dat wij ons blijven inspannen voor vrede in onze stad. Dat is geen eenzijdige taak. maar een opdracht voor ons allen.’’

''Staat niet in mijn speech''

‘’Slavernij, als ultieme uiting van ongelijkwaardigheid en als medemenselijkheidsinfarct, is een afschuwelijk fenomeen’’, aldus VVD-er Versnel. ‘’En daar zou elke samenleving zich zo ver mogelijk vandaan moeten ontwikkelen. Kan de burgemeester het zich daarom voorstellen dat het veel Nederlanders verontwaardigt dat juist in Nederland het slavernijverleden zo op het heden wordt geprojecteerd, terwijl Nederland in de ontwikkeling daar vandaan verder is dan nagenoeg welk ander land ook?’’

Aboutaleb laat weten hierop niet te willen antwoorden ''omdat deze vraag niet behoort tot het onderwerp van mijn speech.’’ Dat geldt, vindt hij, ook voor de VVD-vraag of fenomenen als kansenongelijkheid en arbeidsdiscriminatie mogelijk een (directe) relatie hebben met de slavernij. Zoals hij ook geen land wil noemen dat verder is dan Nederland op het gebied van de Universele Rechten van de Mens en bekend staat als een gidsland voor gelijkwaardigheid en emancipatie van alle mensen. Het zijn in zijn ogen allemaal onderwerpen die hij in zijn speech niet heeft gebruikt. 

‘’Vanuit mijn functie als burgemeester is het mijn taak om de verbinding te zoeken en te leggen’’, zegt hij over zijn beweegredenen om excuus te vragen. ‘’Maar ik ben niet van mening dat de gehele Nederlandse samenleving of een deel daarvan verantwoordelijk gehouden kan worden voor de slavernij of aan slavernij gerelateerde activiteiten. Wel vind ik dat de Nederlandse overheid vanwege haar rol in de slavernij in de 17e, 18e en 19e eeuw mede de verantwoordelijkheid heeft voor een zorgvuldige verwerking van het verleden, dit kan onder andere door excuses aan te bieden.’’