Dagblad010 | Meer 'verzekeringsfraudeurs' opgespoord

Meer 'verzekeringsfraudeurs' opgespoord

mainImage

In 2018 is het aantal meldingen over fraude met verzekeringen met 9% gestegen ten opzichte van 2017. Dit is het vijfde jaar op een rij dat het aantal meldingen gestegen is. In 2018 werden er in totaal in 5.742 fraudemeldingen gedaan. Deze cijfers zijn geleverd door het Centrum Bestrijding Verzekeringsfraude (CBV), dat in 2007 is opgericht door een grote groep van Nederlandse verzekeraars met het doel voor de hele verzekeringstak de aanpak tegen fraude te coördineren. Een cruciale rol hierbij speelt de Stichting Centraal Informatie Systeem (CIS). Hierin werken alle Nederlandse verzekeraars samen en delen informatie op het gebied van verzekeringsfraude en ander misbruik dat invloed heeft op risico-inschatting.
 
Uit de cijfers blijkt dat fraude vooral plaatsvindt met opstal- en inboedelverzekeringen. Verzekeringsmaatschappijen die het aantal valse claims op de inboedelverzekering controleren, zien dat er een forse stijging plaats heeft gevonden in de voorgaande jaren. In 2018 waren er 80 valse meldingen, wat meer dan een verdubbeling is ten opzichte van 2017, toen er 34 valse meldingen werden gedaan. Er is vooral een stijging te zien in het aantal valse meldingen van stormschade. Wie zeker wil weten dat zaken vergoed worden, of dat er een zo groot mogelijke kans is om een vergoeding te krijgen tegen de voordeligste premie, kan het best de inboedelverzekering vergelijken. Zo wordt de beste dekking gevonden.
 
Ook zagen verzekeraars een stijging in fraude met de huisdierenverzekering, die in populariteit onder fraudeurs te vergelijken is met de inboedelverzekering. Het gaat om gevallen waarbij de eigenaar op het moment dat de verzekering afgesloten wordt, ziektes van het dier verzwijgt.
 
De stijging in het aantal ontdekte fraudegevallen betekent overigens niet dat verzekeringnemers daadwerkelijk meer frauderen. Verzekeringsmaatschappijen zijn de afgelopen jaren actiever geworden in het opsporen en oppakken van fraudeurs. In 2017 werden bijvoorbeeld bijna 32.000 onderzoeken naar fraude gestart, bijna 20% meer dan in het jaar ervoor. Zo komen verzekeraars er relatief gemakkelijk achter of er ten onrechte claims om stormschade zijn ingediend. Via de historische gegevens van het KNMI zien verzekeraars of en hoe hevig het op de desbetreffende dagen heeft gestormd. Ook maken verzekeraars tegenwoordig steeds meer gebruik van openbare informatie, zoals via media. Zo wisten medewerkers een fraude op te sporen aan de hand van een verkoopadvertentie, waarbij duidelijk te zien was dat een auto een flinke deuk al had. Toch had de verzekerde na aankoop een claim van vandalismeschade ingediend. Met het bewijs van de foto van de verkoopadvertentie, bespaarde de verzekeraar zichzelf 2.100 euro. In totaal hebben verzekeraars met fraudeopsporing vorig jaar tenminste 314.000 bespaard.
 
Deze besparingen komen uiteindelijk de eerlijke verzekeringnemers ten goede. Immers, premiebetalers draaien op voor de kosten die fraude met zich meebrengt. Omdat dit type fraude gedragen wordt door de rest van de maatschappij, wordt er hard tegen opgetreden met het lik-op-stuk-beleid. Niet alleen moet het ten onrechte uitgekeerde bedrag worden terugbetaald, maar worden ook de kosten van de werkzaamheden die de verzekeraar heeft moeten uitvoeren, verhaald op de fraudeur. Daarnaast worden na bewezen fraude, de gegevens van de fraudeur gedeeld in de databank van de eerdergenoemde CIS. Eenmaal op deze lijst gekomen, zal een fraudeur grote moeite hebben met de aanvraag van een nieuwe verzekering.