Het door de islam geïnspireerde Rotterdamse Nida wil alsnog van burgemeester Aboutaleb weten waarom hij – net als zijn collega’s van Den Haag en Utrecht – op verzoek van Amsterdam een brief heeft ondertekend aan de ministerraad, waarin zij zich beklaagden over de beperkte wettelijke middelen tegen het Cornelius Haga Lyceum in de hoofdstad.
Deze islamitische school kwam in opspraak door een rapport van de Inspectie van het Onderwijs. De leiding zou onvoldoende afstand nemen van ‘personen met een omstreden reputatie’ en er zou sprake zijn van ‘ondermaats burgeronderwijs’. Het leidde uiteindelijk tot het besluit van minister Slob om per 1 december 2019 de bekostiging van de omstreden school te beëindigen.
Omdat burgemeester Halsema geen vat kreeg op de schoolleiding en volgens Nida ‘’de overleggen met de taskforce niets opleverden, nam ze een hoogst ongebruikelijke stap. Ze benaderde de burgemeesters van de grote steden.’’
‘’Dat leidde ertoe’’, schrijft het raadslid El Ouali, ‘’dat het Haga-dossier in de ambtelijke top van de ministeries belandde. En dáár wordt de beslissing genomen dat de inlichtingen over de school geopenbaard moeten worden om ouders te waarschuwen. Zo hield de overheid regie over de boodschap en kan zij niet het verwijt krijgen dat er niets gedaan is met AIVD-informatie.”
Volgens Nida heeft dit bijgedragen aan een negatieve beeldvorming die een gevaar vormt voor de vrijheid van onderwijs en het bevestigt ‘’de dubbele maat die wordt gehanteerd jegens onderwijsinstellingen.’’ El Ouali wil nu de rol weten van Aboutaleb in deze kwestie.