Dagblad010 | PvdD wil minder camera's in Rotterdam

PvdD wil minder camera's in Rotterdam

mainImage

De Partij voor de Dieren in Rotterdam vermoedt dat er bij het vaststellen van de subjectieve veiligheid in Rotterdam nog steeds onderbuikgevoelens een rol spelen. Dat blijkt op het einde van een lange brief aan de burgemeester, waarin gepleit wordt voor het verminderen van cameratoezicht in wijken waar inmiddels redelijk goede rapportcijfers gescoord zijn.

De PvdD noemt daarbij Hillesluis als voorbeeld. In die wijk zijn zowel de objectieve- en als subjectieve veiligheidscijfers verbeterd. In andere wijken lopen beide metingen nog sterk uiteen en blijven de subjectieve cijfers achter bij de objectieve. Reden voor raadslid Van der Velden te vragen welke cijfers nu leidend zijn.

De veiligheidsindex bestaat uit een objectieve en een subjectieve meting  op basis van respectievelijk gegevens uit diverse registraties en van de resultaten van een enquête gehouden onder wijkbewoners.

Duidelijk is dat de Rotterdamse bewakers van het dierenwelzijn niet gecharmeerd zijn van cameratoezicht, ook niet preventief. Er hangen nu 388 camera's in de openbare ruimte, plus een onbekend aantal nieuwe in Charlois en Prins Alexander. Dat aantal kan fors naar beneden, vinden de dierenvrienden en raadslid Van der Velden beroept zich daarbij ''op de inzichten uit de sociale wetenschap die aantonen dat cameratoezicht juist kan leiden tot een hoger gevoel van onveiligheid.''