Het gaat slecht met de leesvaardigheid en taalontwikkeling van de Nederlandse 15-jarige scholieren. Dat blijkt uit de resultaten van het zogenaamde internationale PISA-onderzoek 2018, waarvan de cijfers pas op de valreep van 2019 bekend zijn gemaakt.
Eerder was er al een daling van de prestaties bij vmbo-leerlingen op taalgebied, nu is dat over de gehele linie van het onderwijs. Hiermee is Nederland gedaald van de vijftiende naar de zesentwintigste positie binnen het PISA-onderzoek.
Het Rotterdamse GroenLinks-raadslid Jimmy Smet, die zelf ook in het onderwijs werkzaam is, heeft onderwijswethouder Kasmi gevraagd of hij cijfers weet uit Rotterdam. En ook welke rol gebiedscommissies, wijkraden en -comités kunnen betekenen om Rotterdamse jongeren hun taal- en leesvaardigheid te laten vergroten.
Onder leesvaardigheid verstaat het PISA-onderzoek: ‘Leesvaardigheid is het begrijpen van, gebruiken van, reflecteren op en omgaan met teksten om je doelen te bereiken, je kennis en potentieel te verruimen en deel te nemen aan de maatschappij.’
‘’Goed kunnen lezen en tekstbegrip zijn daarbij een cruciale vaardigheden. Het lezen en begrijpen van een e-mail van de overheid, meedoen met democratie, kansen op een baan: hierbij speelt het begrip van taal een grote rol’’, vindt raadslid Jimmy Smet.
Er is in 79 landen getoetst op kennis en vaardigheid op het gebied van taal/leesvaardigheid, wis- en natuurkunde.