door Kees Jonker
De Raad van Commissarissen van Woonbron is door de Autoriteit woningcorporaties (Aw) op het matje geroepen om uitleg te geven over de ontslagvergoeding, die in 2018 is uitgekeerd aan wethouder Bert Wijbenga bij zijn vertrek als corporatiedirecteur. Wijbenga (VVD) werd in juli 2018 wethouder en locoburgemeester van Rotterdam en kreeg van Woonbron een vertrekpremie van 48.000 euro. Daarvan was ruim 33.000 euro onrechtmatig.
Het ging om een bedrag aan pensioenpremies, die Wijbenga van 2013 tot en met 2016 ten onrechte had ontvangen van Woonbron. Ten onrechte, omdat met het ontvangen daarvan zijn loon gedurende die jaren uitkwam boven het niveau van de Wet Normering Topinkomens.
Vanwege die overschrijding sommeerde de Aw Woonbron in 2017, dat de corporatie dat bedrag moest terugvorderen. Dat gebeurde, onder protest. Met tegenzin betaalde toenmalig directeur Wijbenga de pensioenpremies terug. Maar toen hij in juni 2018 bekendmaakte dat hij wethouder zou worden, besloot Woonbron om hem die 33.467 euro toch weer terug te geven. Dit maal als onderdeel van een ontslagvergoeding, die de uit vrije wil naar de Coolsingel overstappende Wijbenga werd toegekend door Woonbron.
Deze merkwaardige handelwijze, zoals de Aw het omschrijft in de op 15 januari 2020 verstuurde Beoordelingsbrief 2019 aan Woonbron, kreeg in juni 2019 aandacht van journalist Kees Jonker. Er ontstond een week later zelfs ophef. De Telegraaf durfde het zowaar een oprotpremie te noemen. Ook het AD fronste een wenkbrauw.
Daags na de publicaties in de dagbladen koos Wijbenga eieren voor zijn geld. En maakte bekend het bedrag van om precies te zijn 33.467 euro weer, voor een tweede keer dus, te zullen terugbetalen. In augustus liet hij weten dit ‘al lang gedaan’ te hebben.
‘Onrechtmatige situatie’
De Aw schrijft in de vorige week op haar website gepubliceerde Beoordelingsbrief 2019 dat daarmee de kous nog niet af is. ‘s Lands toezichthouder op woningcorporaties ‘constateert dat de handelwijze van de RvC inzake de ontslagvergoeding van de voormalig bestuurder B. Wijbenga haar merkwaardig overkomt’. “Het oorspronkelijke besluit van de RvC om via de ontslaguitkering de VPL-premie terug te betalen beoordeelt de Aw als strijdig met de WNT-regeling, en daarmee onrechtmatig. Het feit dat de onrechtmatige situatie door de terugbetaling van B.Wijbenga is beëindigd, doet aan dit oordeel niets af”, aldus de onder minister Van Veldhoven ressorterende Autoriteit woningcorporaties.
Een delegatie van de Raad van Commissarissen zal naar Utrecht - waar de Aw kantoor houdt - moeten afreizen om ‘over dit besluit en de beweegredenen’ verder te praten. Als de uitleg benedenmaats is, dan sluit de Aw niet uit dat ‘verdere interventies noodzakelijk’ zijn.
Kasmi
Saillant detail: ook D66-wethouder Saïd Kasmi had een aandeel in het toekennen van de onrechtmatige ontslagvergoeding aan Wijbenga. Kasmi, die bij de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 werd gekozen tot raadslid in Rotterdam, was in die tijd namelijk commissaris van Woonbron. En stemde derhalve ook in met Wijbenga’s te hoge vertrekpremie.
Hoewel gemeenteraadsleden bij voorkeur geen commissariaten dienen te vervullen bij woningcorporaties in hun ‘eigen’ stad, vertrok Kasmi pas op 3 juli. Dat kwam omdat hij twee dagen later wethouder zou worden en derhalve ook directe collega van Wijbenga. Kasmi ontving op jaarbasis een vergoeding voor zijn commissariaat van 15.000 euro. Gedurende de 3,5 maand dat hij zijn gemeenteraadslidmaatschap combineerde met zijn commissariaat ontving hij van Woonbron circa 4000 euro.