Dagblad010 | Opvallend zware kritiek PvdA op nieuwbouw stadion

Opvallend zware kritiek PvdA op nieuwbouw stadion

mainImage
Het nieuwe Feyenoord-stadion op de achtergrond. Inzet de verontruste raadsleden Dennis Tak (l) en Kevin van Eikeren (r)

De Partij van de Arbeid in Rotterdam is de eerste coalitiepartner van het huidige Feyenoord City-vriendelijke stadsbestuur dat zich officieel meldt met kritische vragen over de ontwikkelingen van het nieuwe Feyenoord Stadion als onderdeel van de gebiedsontwikkeling op Zuid. Tot nu toe roerden alleen de oppositiepartijen zich. De fractie van de PvdA heeft wethouder Van Gils per brief laten weten ‘’onaangenaam verrast te zijn door het summiere persbericht van Carl Berg namens Stadion Feyenoord N.V.’’, waarin bekend is gemaakt dat het nieuwe stadion een jaar langer op zich laat wachten. In de brief staan elf vragen.  

D66-wethouder Arjan van Gils is belast met de portefeuille ‘grote projecten’ en opvolger van Adriaan Visser, die aan de basis stond van de plannen voor een nieuw stadion. Carl Berg was jarenlang zijn financiële expert bij eerdere grote stadsprojecten en stapte op aanraden van Visser als ambtenaar over naar de N.V. Stadion Feyenoord voor de voorbereiding op het nieuwe stadion. Onder zijn leiding kwam ook de deal met de Amerikaanse Goldman Sachs tot stand. Onderdeel daarvan is een lening van ongeveer 20 miljoen euro om de voorbereiding te kunnen bekostigen.

De raadsleden Dennis Tak en Kevin van Eikeren van Partij van de Arbeid hebben een elftal volgende schriftelijke vragen aan Van Gils gesteld:

1. Heeft het college al eerder signalen ontvangen vanuit het Stadion dat een opening in de zomer van 2024 onhaalbaar zou zijn? Zo ja, wanneer precies en met welke argumenten?
2. In de jaarcijfers van het Stadion is te zien dat zonder de optredens van Marco Borsato en Rammstein het financiële beeld een stuk minder rooskleurig zou zijn. Nu de opening van het nieuwe stadion een jaar langer op zich laat wachten, zullen de projectkosten en financieringslasten langer drukken op de financiële gezondheid van het stadion. Weet het college hoe het Stadion voornemens is deze circa €9-10 miljoen aan extra kosten te financieren?
3. Indien het college hiervan nog niet op de hoogte is, is zij bereid om met spoed opheldering te vragen aan het Stadion?
4. Deelt het college de zorgen van de PvdA Rotterdam dat een jaar vertraging de financiële situatie van het Stadion verder onder druk zet?
5. Wat de fractie van de PvdA Rotterdam betreft moeten wij koste wat het kost voorkomen dat het Stadion (en daarmee potentieel de voetbalclub) in de financiële problemen komen. Wat doet het college — vanuit haar rol als aandeelhouder - om te voorkomen dat het Stadion zich naar een financieel onhoudbare situatie toe werkt?
6. In de wetenschap dat zelfs met de huidige bouwkosten de financiering van het nieuwe stadion maar net uit kan, hoeveel ruimte is er dan nog voor verdere vertraging?
7. Deelt het college de mening van de PvdA Rotterdam dat verdere vertraging mogelijk tot hogere bouwkosten leidt als gevolg van de bouwwoede in Nederland?
8. Kan het college verklaren waarom ‘vergunningen’ ervoor zorgen dat de huidige planning onhaalbaar is gebleken?
9. Recentelijk heeft de gemeenteraad de laatste voortgangsrapportage besproken. Het verbaast de fractie van de PvdA Rotterdam dat deze vertraging zeer kort hierop naar buiten komt. Welke informatie is nu wel beschikbaar die er toen niet was?
10. In hoeverre zorgt deze vertraging voor een verslechtering van het potentiele rendement voor de gemeente als aandeelhouder van het nieuwe stadion?
11. Wat voor stappen neemt het college om de projectorganisatie scherp te houden op de financiële en maatschappelijke risico’s van uitstel?