mainImage

Alweer die verlengde brugklas

20 september 2022, 18:02 uur
Columns

Het onderwijs blijft maar in beweging. Telkens weer worden er nieuwe suggesties ingebracht om geconstateerde omissies in het onderwijs te repareren. Vorige week kwam het oude stokpaardje van de uitgestelde school- en beroepskeuze weer ter sprake.

Ook nu weer moest ik direct denken aan de middenschool. Het ei van Columbus, uitgeprobeerd in de jaren ’60 en ’70. Het betrof een nieuwe experimentele onderwijsvorm voorafgaand aan het verder wel uitgesplitste voortgezet onderwijs. Deze vorm had tot doel het standenonderwijs te doorbreken. Leerlingen doorliepen in de eerste drie jaar hetzelfde onderwijsprogramma, los van hun achtergrond of capaciteit. De middenschool werd ingevoerd door onderwijsminister Jos van Kemenade, maar is nooit echt van de grond gekomen. 

De theoretisch georiënteerde jeugd liep vertraging op, verveelde zich en raakte vaak gedemotiveerd. De praktisch gerichte jongeren werden belast met allerlei theorie waar ze totaal geen belangstelling voor hadden, wat ze niet konden onthouden en er bovendien in de praktijk van alle dag niets aan bleken te hebben.

In het onderwijs wordt er, als het goed is, altijd gezocht naar een kindgerichte vorm en inrichting van de lespraktijk. Waar is het kind aan toe? In welke fase van de vorming moet wat aangeboden worden? Welke sociale aspecten spelen een rol? Hoe kan het onderwijs daarbij zo efficiënt mogelijk ingericht worden?

In het basisonderwijs hebben we te maken met leerlingen met zeer uiteenlopende interesses en bekwaamheden. Het is een hele kunst al die diversiteit op een goede manier te begeleiden en elk kind tot zijn recht te laten komen.

Het voortgezet onderwijs biedt nu juist de mogelijkheid om al enigszins tot differentiatie in schoolkeuze over te gaan.

Met andere woorden:

Is het niet het beste om min of meer gelijk gestemde en gelijk getalenteerde kinderen bij elkaar te zetten en daar je onderricht op te richten. Een grote opbrengst met de beperkte middelen die het onderwijs nu eenmaal ten dienste staan, is naar mijn idee het resultaat.

De inrichting van het voortgezet onderwijs doet in het huidige bestel redelijk recht aan de diversiteit van de leerlingen, maar de kansengelijkheid verdient meer aandacht.

Betere gerichtheid op de kwaliteiten van de leerlingen is prima, maar ga dan uit van een drie richtingen beleid.

Je hebt puur praktisch gerichte leerlingen die heel graag praktisch gericht gevormd willen worden en die het een verlossing vinden om van al dat theoretisch geneuzel af te zijn. Denk hierbij aan de oude ambachtsschool, op de praktijk gericht onderwijs. Eindelijk!

De roep om vakmensen is daarbij groot.

Je hebt puur theoretisch gerichte leerlingen. Ze zijn gebaat bij een breed opgezette avo-vorm.

Dan heb je ook nog kinderen met een minder duidelijke voorkeur. Zij zouden dan gebaat zijn bij een gemengd pakket.

Beroepskeuze en daarbij passend onderwijs kan vervolgens vanuit die driedelige brugperiode plaatsvinden.

Als je het voortgezet onderwijs zo inricht doe je recht aan alle kinderen en  maak je niet dezelfde fout als bij de middenschool.