“De gevolgen van opgroeien in armoede zijn dermate groot en hardnekkig dat ieder kind dat zich, door op te groeien in armoede niet kansrijk kan ontwikkelen, er één te veel is”, aldus voormalig minister Carola Schouten in een brief aan de Tweede Kamer in 2022.
Deze uitspraak laat zien dat de landelijke overheid al jaren doordrongen is van de funeste gevolgen van armoede voor opgroeiende kinderen. Die landelijke overheid heeft ook de grondwettelijke opdracht tot bestaanszekerheid.
Rotterdam laat het afweten
Daarom is het onbegrijpelijk dat het gemeentebestuur van Rotterdam verzuimt de landelijke politiek stevig en aanhoudend aan te spreken op zijn verantwoordelijkheid voor die structurele bestaanszekerheid. Want er is geen stad in Nederland waar de kinderarmoede zo groot is. In plaats daarvan voert het stadsbestuur armoedebeleid dat op z'n best behelpen is. Verder laat het de werkers in het onderwijs, de jeugdzorg en de ‘vormende vrijetijdsbesteding’ opdraaien voor het herstellen van de schade die deze kinderen oplopen. Alsof er in deze werksoorten geen personeelstekorten zijn.
Rotterdams achterstandenbeleid schiet tekort
Met dit verzuim en dit beleid speelt het gemeentebestuur met de levens van deze kinderen en met de toekomst van de stad. Want nu al zien we de effecten van dit falen. Zo vallen steeds meer kinderen steeds jonger voor de criminele verleiding. Er wordt een overmatig beroep gedaan op de jeugdzorg en voor de kosten ervan worden zelfs de gemeentelijke reserves aangesproken. De schoolresultaten blijven ver achter bij de verwachtingen, zoals op Rotterdam Zuid en alle inspanningen van 14 jaar NPRZ ten spijt.
De leraren mogen het opknappen
‘Onderwijs emancipator’, zo luidt de hardnekkige mythe. Amerikaans onderzoek leert echter dat lage onderwijsprestaties voor 46% (!) toe te rekenen zijn aan armoede. Hoe dat cijfer voor Nederland uitpakt is nooit onderzocht maar je kunt gerust aannemen dat leraren in arme wijken dweilen terwijl anderen de kraan openlaten. Geen wonder dat de schoolresultaten tegenvallen en de burn-out hoog is. En juist in de arme wijken van Rotterdam is het lerarentekort exorbitant.
Ook de werkers in jeugdzorg zijn de klos
Kinderen met problemen, ze komen in de beste families voor. De kans daarop is echter aanzienlijk bij gezinnen die in structurele armoede verkeren. Vandaar dat de werkers in de jeugdzorg een onnodig zware werklast hebben. Onnodig, want armoede is geen natuurverschijnsel maar het gevolg van landelijk inkomens- en uitkeringsbeleid. Maar kennelijk vindt het College het geen punt dat de werkers in de jeugdzorg zwaar overbelast zijn en dat de kosten alle perken te buiten gaan. Tel daarbij op de toenemende jeugdcriminaliteit en daarvan de kosten. De politie mag het oplossen, alsof die om extra werk verlegen zit.
Vormende vrijetijdsbesteding wordt ondergewaardeerd
Dan zijn er de velen die zich in de vrije tijd van de kinderen inzetten voor hun vorming, zoals in de speeltuinen, sport, cultuur en natuur, kind- en jeugdwelzijn, jongerenwerk en huiswerkbegeleiding. Hun werk wordt zwaar ondergewaardeerd, terwijl veel onderzoek leert hoezeer dit 'derde domein’ bijdraagt aan de vorming van de kinderen en bovendien preventief werkt op jeugdproblematiek. Deze werksoorten zijn echter onderhevig aan bezuinigingen, onzeker subsidiebeleid en onoordeelkundige openbare aanbestedingen. Hoe de werkers van de dagelijkse praktijk zich daaronder voelen laat zich raden.
Rotterdams armoedebeleid
Zeker, er is in Rotterdam veel initiatief om armoede tegen te gaan, zowel particulier als van de kant van de gemeente. Velen zetten zich ervoor in, vrijwillig of professioneel. Maar het leidt niet tot structurele bestaanszekerheid, gaat gepaard met veel schaamte en het maakt mensen ongezond afhankelijk. En zou al die menskracht, al dat geld en al die energie niet veel productiever kunnen worden ingezet voor de vorming van de jeugd als eenmaal sprake is van structurele bestaanszekerheid? En kinderen daardoor gevrijwaard zijn van de overlevingsstress van hun ouders?
Institutionele kindermishandeling
Doordat de nationale overheid zijn grondwettelijke taak tot bestaanszekerheid verzaakt werkt hij in de hand dat kinderen al vanaf hun jongste leeftijd schade wordt toegebracht. Willens en wetens. Maar zolang het Rotterdamse gemeentebestuur weigert die landelijke overheid dat stevig onder de neus te wrijven is zij medeplichtig aan deze institutionele kindermishandeling. En dat nota bene in de stad die pocht dat Erasmus, ons grootste kind er geboren is en zijn eerste duizend dagen heeft doorgebracht. Die moet zich wel omdraaien in zijn graf als hij ziet dat het Rotterdamse College het Rijk wel bestookt voor allerlei megalomane projecten, maar niet voor haar kinderen die in armoede opgroeien. Is dat niet een heel slecht voorbeeld voor de jeugd?
Het valt te hopen dat een nieuw stadsbestuur het werk wel ziet. Immers wie de jeugd heeft heeft de toekomst en daarom verdient de vorming van onze jeugdige medeburgers topprioriteit.
Die van allemaal!
Bestaanszekerheid, basis voor jeugdkansen
24 January 2026, 17:57 uur
Columns