Bij Boijmans lopen de miljoenen alweer weg

17 July 2026, 10:04 uur
Columns
mainImage

Eind 2025 nam de Rotterdamse gemeenteraad, na jarenlange discussies over de renovatie en de kosten van Museum Boijmans Van Beuningen, eindelijk het definitieve besluit.

Definitief.

Althans, dat dachten de gelovigen.

Alsof de Rode Zee zich vanzelf zou openen naar het beloofde museum.

Sinds 2018 zat ik in de gemeenteraad.

Vanaf het begin was ik faliekant tegen deze renovatie.

Te duur.

Te amateuristisch georganiseerd.

En veel groter dan Rotterdam werkelijk nodig heeft.

Ik stond daarin vrijwel alleen.

De overgrote meerderheid van de raad liet zich verleiden.

Door grootse vergezichten.

Door architecten van naam.

Door bestuurlijke ijdelheid.

Het ontwerp was rond.

Het geld was geregeld.

De uitvoering kon beginnen.

Dit keer echt.

Dat was het verhaal.

Nog geen halfjaar later blijkt de rekening alweer niet te kloppen.

De renovatie wordt opnieuw duurder.

Veel duurder.

En opnieuw klinkt hetzelfde bestuurlijke refrein:

Ingrijpen.

Versoberen.

Opnieuw rekenen.

Bij Boijmans is de inkt van het definitieve besluit nog niet droog, of het bedrag is alweer achterhaald.

Sinds 2019 is het museum gesloten.

De opening schuift steeds verder op.

De rekening loopt steeds verder op.

En voor al dat extra geld krijgen we niet eens méér museum.

Er verdwijnt zelfs expositieruimte.

De beeldentuin valt buiten de renovatie.

Een kostbare entree wordt gesloopt.

Tussen het museum en het depot komt geen logische verbinding.

De gebouwen staan naast elkaar.

Maar de kunstwerken moeten straks met vrachtwagens van het ene naar het andere gebouw worden gebracht.

Daarvoor wordt tegen het monumentale museum een enorme laad- en losvoorziening gebouwd.

Een container geplakt aan een monument.

Het klinkt als satire.

Helaas is het architectuur.

De gemeenteraad is jarenlang een trechter ingelopen.

Eerst ging het om noodzakelijk onderhoud.

Toen om veiligheid.

Toen om renovatie.

Toen om ambitie.

Toen om kwaliteit.

En uiteindelijk om onvermijdelijke meerkosten.

Bij iedere stap werd gezegd dat teruggaan duurder zou zijn dan doorgaan.

Dat stoppen onverantwoord was.

Dat er al te veel geld was uitgegeven.

Dat we nu echt niet meer terug konden.

Zo ontstaat een bodemloze put.

Niet door één spectaculair verkeerd besluit.

Maar door een reeks besluiten die ieder afzonderlijk nog wel verdedigbaar lijken.

Totdat je plotseling ontdekt dat je honderden miljoenen verder bent en geen enkele andere kant meer op kunt.

Ik zit niet meer in de gemeenteraad.

Ik kijk nu van buiten naar een project waarvoor steeds opnieuw een definitief bedrag wordt vastgesteld.

Een bedrag dat daarna nooit definitief blijkt.

Eind 2025 werd beloofd dat de uitvoering financieel beheersbaar was.

In 2026 weten we alweer beter.

De vraag is daarom allang niet meer hoeveel Boijmans uiteindelijk gaat kosten.

De vraag is hoeveel tegenvallers Rotterdam nog accepteert voordat iemand het lef heeft om te zeggen:

Genoeg.

Niet opnieuw rekenen.

Niet opnieuw versoberen.

Niet opnieuw tientallen miljoenen erbij.

Terug naar de minimumvariant.

Maak het gebouw veilig.

Verwijder het asbest.

Herstel wat noodzakelijk is.

Open het museum.

En stop met doen alsof iedere architectonische wens een gemeentelijke noodzaak is.

Rotterdam is een stad waar mensen iedere maand moeten kiezen welke rekening zij wel en niet betalen.

Dan mag het stadsbestuur dat zelf ook een keer doen.

Boijmans Van Beuningen is een prachtig museum.

Maar een bodemloze put wordt geen kunstwerk omdat er een museum omheen staat.