Boijmans is geen bodemloze put geworden door pech of één ongelukkige tegenvaller. Het project is vanaf dag één verkeerd aangepakt. Bijna acht jaar later betaalt Rotterdam daarvoor nog steeds de rekening. Ik schreef het een week geleden al: stop met deze flauwekul. Boijmans is een bodemloze put geworden. Niet door pech. Niet door één tegenvaller. Maar door mismanagement van het college, vanaf dag één.
Randvoorwaarden voor een ramp
Wie begint er nu aan de renovatie van een monumentaal gebouw door eerst het asbest eruit te slopen, zonder een uitgewerkt plan voor wat daarna moet gebeuren? Dat plan zou tijdens de sloop wel worden bedacht. Anderhalf jaar lang. Dat zijn geen randvoorwaarden voor succes. Dat zijn de randvoorwaarden voor een ramp. Ik heb mijn eigen huis gebouwd. Dus ik weet hoe funest het is om te beginnen zonder afgerond ontwerp, vaste uitgangspunten en financiële discipline. Dan lever je jezelf uit. Aan architecten. Aan bouwbedrijven. Aan stijgende prijzen. Aan tijdverlies. En aan iedere nieuwe ontwikkeling die zich onderweg aandient.
In december 2018 werd tot deze renovatie besloten. We zijn nu bijna acht jaar verder. Alles waarvoor ik toen waarschuwde, is uitgekomen. De wereld veranderde, Boijmans niet Sindsdien is de wereld veranderd. Er zijn oorlogen uitgebroken. We zitten in een diepe wooncrisis. De armoede is fors toegenomen. Er wordt bezuinigd op het openbaar vervoer. Maar met dit gebouw gaan we gewoon op dezelfde voet verder. Niet met een museum. Daar gaat dit allang niet meer over. Het gaat over één doodordinair gebouw. Een gebouw dat inmiddels richting een half miljard euro gaat. Misschien wel meer. Voor dat bedrag had Rotterdam een volledig nieuw museum kunnen bouwen.
Bilbao aan de Maas
Bilbao aan de Maas, noemde ik dat in 2018. Een nieuw museum op de plek waar ooit het nieuwe stadion moest komen. Stedenbouwkundig ontwikkeld met iemand als Riek Bakker. Een project dat de stad werkelijk iets nieuws had kunnen brengen. Voor hetzelfde geld. Waarschijnlijk zelfs voor minder.
Maar wat doet de volgende wethouder? Precies wat ik een week geleden voorspelde. Ingrijpen. Opnieuw onderzoeken. Versoberen. Nog meer franje schrappen. Opnieuw rekenen. Terwijl de rekeningen gewoon doorlopen. Net als destijds bij OMA rond het nieuwe stadion. Alleen één woord ontbreekt steeds: stoppen.
Dat gebeurt niet meer. Terwijl de museumbezoeker er niets beter van wordt. Integendeel. Minder expositieruimte. Minder kwaliteit. Meer kosten. Bezuinigen op het openbaar vervoer en tegelijk een gebouw van een half miljard blijven verdedigen, is onverkoopbaar.
De rekening groeit, het museum krimpt
Boijmans is ook niet te vergelijken met de Erasmusbrug of de Markthal. Daar kun je nog zeggen dat zo’n investering indirect veel voor de stad oplevert. Bij Boijmans zien we vooral dat de rekening groeit en het museum krimpt. Het depot is prachtig. Maar ook daar leven we boven onze stand. Boijmans lijkt inmiddels meer op de renovatie van het Binnenhof: een bodemloze put waar niemand meer uit durft te stappen.
Misschien moet deze wethouder daarom niet alleen onderzoeken hoe Boijmans goedkoper kan. Misschien moet hij onderzoeken waarom overheden dit soort projecten zelf niet meer kunnen beheersen. Het antwoord laat zich raden. Wie dagelijks met kunst werkt, is nog geen kunstenaar. Wie een museum bestuurt, is nog geen bouwmeester. Schoenmaker, blijf bij je leest.
De kunst van het uitbesteden Of kies radicaal voor het tegenovergestelde. Bouw opnieuw een gemeentelijk ontwikkelingsbedrijf op. Met kennis in eigen huis. Met eigen projectleiding. Met eigen beheer en onderhoud. Dan kun je gebouwen weer zelf ontwikkelen, onderhouden en beheren. En misschien zelfs weer woningen bouwen. Met een eigen gemeentelijke woningcorporatie.
Niet alles overlaten aan de markt. Niet altijd afhankelijk zijn van adviseurs, ontwikkelaars, architecten en aannemers. Maar weer zelf handelen. De overheid heeft de kunst van het uitbesteden inmiddels tot in de perfectie leren beheersen. Alleen het project zelf niet. Dat zou pas bestuurlijke vernieuwing zijn: niet opnieuw rekenen aan dezelfde bodemloze put, maar eindelijk leren hoe je voorkomt dat je erin valt.