Bouwambities van PRO en partners zijn mooie praatjes

27 June 2026, 21:23 uur
Columns
mainImage

Het zijn mooie praatjes van de nieuwe coalitie onder leiding van PRO met steun van D’66, VVD, CDA en Volt. Rotterdam wil veel meer goedkope woningen gaan bouwen de komende vier jaar. Maar wacht nog even met juichen.

Een citaat uit ‘Vaart maken’, hun vrijdag gepresenteerde coalitieakkoord: “We kiezen voor 2030 voor het bouwen van minimaal 15.000 woningen. Onderverdeeld in 10.000 betaalbare woningen, waarvan 4.500 sociale huurwoningen bij voorkeur door corporaties, 5.500 in het middensegment en 5.000 in het duurdere segment”. 

Hang nog geen feestslingers op, want: 

(1) Die 15.000, waarvoor wordt gekozen, wijkt nauwelijks af van het streefgetal van het vorige college van burgemeester en wethouders. 

(2) Die 4500 sociaal klinkt als een heleboel. Maar 2400 daarvan zijn kennelijk zelfstandige studentenwoningen. 

(3) De geplande bouwproductie van nieuwe sociale huurwoningen voor niet-studerende woningzoekende stelletjes met kinderwensen of gescheiden ouders blijft dus steken op 2100. Dat is 14 procent van 15.000. 

(4) Wie daar ook nog eens van aftrekt dat er pakweg 300 knarrenhofwoningen met sociale huren voor doorstromende ouderen zouden moeten komen, komt uit op 1800, ofwel 12 procent échte sociale huur voor de minst bedeelde, veelal langst wachtende woningzoekenden. 

(5) Dat het voor deze omvangrijke groep onmogelijk is om in één van die 5500 middensegmentwoningen te gaan wonen, is zo klaar als een klontje. Want een huur van 1200 euro exclusief servicekosten is voor de armste Rotterdammers onbetaalbaar. Ze zullen het dan ook raar vinden dat PRO en de overige vier nog rechtsere partijen het middensegment betitelen als een betaalbare categorie. 

Als je je wijs laat maken, dat er tot 2030 heel veel sociale huurwoningen in Rotterdam worden gebouwd, wil je ook weten hoeveel er gaan verdwijnen door sloop, liberalisatie of verkoop. Dan valt tenminste uit te rekenen of het aantal toeneemt of vermindert. 

Op basis van de prestatieafspraken voor 2026 en 2027, die de gemeente heeft gemaakt met woningcorporaties en huurdersorganisaties, worden er in die twee jaar 2466 sociale huurwoningen aan de corporatievoorraad onttrokken. Als hetzelfde gebeurt in 2028 en 2029, dan kom je uit op bijna vijfduizend. Dat zijn er al meer dan dat met studentenwoningen opgekrikte aantal van 4500, waarmee PRO en haar coalitiepartners in hun akkoord de blits maken. 

In ‘Vaart maken’ schrijven zij met veel bravoure ‘alles wat nodig is te doen om projecten mogelijk te maken en bouwrecords te breken’. Maar verzwegen wordt dat dat gepaard zal gaan met een verdere afname van de goedkoopste gezinswoningen met huren in het sociale segment. 

Om toch nog de indruk te wekken dat het de vinger aan de pols houdt, gaat het zich klaarstomende college van B en W met (alle?) Rotterdamse corporaties nieuwe prestatieafspraken maken voor vier jaar - citaat - ‘waarbij we sturen op absolute aantallen en een netto toename van betaalbare woningen’. 

Bewust kiest men niet voor de woorden: een netto toename van sociale huurwoningen. Want van zo’n toename zal in Rotterdam de komende jaren zo goed als zeker geen sprake zijn. 

Overigens is het ook wel merkwaardig dat de nieuwe coalitie niet opschrijft dat bij het maken van die nieuwe prestatieafspraken ook huurdersorganisaties aan tafel mogen zitten. Zou wat zijn, als die buiten spel blijven. 

Los daarvan rijst de vraag: verdwijnen de in januari door zowat iedereen bejubelde prestatieafspraken voor 2026 en 2027 dan zomaar in de prullenbak of zo?