Nu Allerzielen op komst is, denk ik aan 'de andere wereld', die in de boeken van Maria Dermoût zo vanzelfsprekend deel uitmaakt van de ene wereld. Allerzielen is de dag om de geliefden aan gene zijde te herdenken. Een zekere nabijheid te voelen, of te willen voelen. Daarvoor had Indië geen speciale dag nodig. De andere wereld werd veelal als aanwezig ervaren. Er was de mystiek van niet kunnen begrijpen hoe het kan, maar wel ervaren dat het kan: dat hele andere, dat zich aan elke rationele verklaring onttrekt.
Dat bedacht ik toen ik las over de flop in 1907 van het toneelstuk 'Allerzielen' in Batavia. In de kranten stuitte ik op het grote schandaal rond dit toneelstuk van Herman Heijermans. Hij was een bekende Nederlander, die het fenomeen van de onkuisheid levendig kon beschrijven. Allerzielen kon in het brave Nederland niet door de beugel. Er kwam verzet, aanklachten en hier en daar werd de opvoering verboden. En zoals vaker, werd een toevlucht gezocht in Indië. Hier had de Europese bevolking een eigen stelsel van normen en waarden, vooral wanneer het liefdesrelaties betrof.
Indië kende de concubine (Europees), de njai en de muntji (overwegend inheems); in het Hollandse waren er maîtresses, die geen deel konden uitmaken van de beschaafde kringen.
Indië zal met belangstelling kennis hebben genomen van de aanstaande tournee van Louis Bouwmeester en zijn gezelschap die het toneelstuk in 1907 naar de oost brachten. De Locomotief maakte zich nergens druk over; een correspondent schreef: 'Mij komt het voor dat „Allerzielen” hier geene hartstochten zal ontketenen: we zijn hier zoo hartstochtelijk niet, en ook de Katholieke geestelijkheid toont in Indië veel grooter gematigdheid dan in Holland, waar de strijd der partijen en der meeningen feller is.'
Daar zat wat in. Het gematigde, en dan de felheid in Holland. Allerzielen was heilige grond dus, waarop de schrijver Heijermans flink rondstampte.
Indië was wel nieuwsgierig.
De eerste toneeluitvoering was in juni 1907, in Batavia. Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië publiceerde een uitvoerige recensie, waaruit bleek wat het schandaalverwekkende was: een pastoor neemt een kwetsbare jonge ongehuwde moeder in huis. In het dorp gaan de protestanten en de katholieken spotten en lasteren. Dan meer ellende. De kwestie was het verdenken van de pastoor van het vaderschap.
O, wat erg, wat schandelijk.
Voor Holland.
Indië nam het toneelstuk kalmpjes op. De zalen zaten vol, maar waarom? Nieuwsgierigheid.
Toneelcriticus Hans van de Wall (zijnde Victor Ido) schreef in het Bataviaasch nieuwsblad: 'De mudvolle zaal heeft de drie bedrijven met groote aandacht gevolgd, nochtans kon ik, te oordeelen naar zijn houding, slechts een succes de curiosité constateeren.'
Au. Maar het verkocht, en dat was voor een toneelgezelschap het belangrijkste. Toch zegt het iets over de verhouding tussen Indië en Holland in deze. Indië was anders, maar wie in het Hollandse wist dat?
Meer informatie https://www.indischeschrijfschool.nl