mainImage

Hoeraaaaaaaaaaaa

17 mei 2022, 23:43 uur
Columns

Militaire parades hebben het doel om indruk te maken.

Indruk op de eigen bevolking (houd je maar rustig) en indruk op potentiële vijanden (kom maar op als je durft).

De Russische parade van 9 mei jl. voegde een ander element toe; eigenlijk was hij potsierlijk. Soldaten die in galauniform een parademars met hoog opgeheven benen lopen, keurig opgeschilderde voertuigen (zonder Z) en vele tot over hun oren gedecoreerde generaals en veteranen. Alles in schril contrast met hun kameraden, die op dat moment in de Oekraïne in gevechten op leven en dood verwikkeld waren.

De parade begon met de voor ons Nederlanders bekende kreet “hoera”. Tsaar Peter de Grote (1672-1725) heeft ooit in ons land geleerd hoe je schepen moest bouwen. Onze stadhouder, tevens koning van Engeland, Willem III (King Billy) was met hem bevriend. Vrijwel alle Russische scheepvaarttermen, zoals matroos, boegspriet, anker etc. stammen van het Nederlands af. Als Nederlandse matrozen en mariniers over gingen tot het enteren van hun tegenstanders dan riepen ze daarbij “hoera”. Het werd de Russische strijdkreet.

Tijdens een zeeslag is het moeilijk – mede door de kruitdamp - om vriend van vijand te onderscheiden. Vandaar de grote Hollandse vlaggen op onze oorlogsschepen. Toen Peter de Grote zich beklaagde over het ontbreken van een Russische vlag schijnt de waardin van de kroeg waarin hij zat het rood van de Nederlandse vlag te hebben geknipt en het weer te hebben vastgemaakt aan de onderkant van het doek. “Nu heb je een eigen vlag” schijnt ze te hebben gezegd. Italianen zeggen over zo’n verhaal: “Se no è vero, è bien trovato.” Dat wil zeggen: “Al is het niet waar, mooi gevonden!”

De band tussen ons land en Rusland verwaterde na Peters dood, maar sommige zaken bleven dus gewoon tot op de dag van vandaag bestaan.

Duitse begraafplaats Ysselsteyn

Nu we dagelijks met het onvoorstelbare – een oorlog op Europese bodem in de 21e eeuw – worden geconfronteerd, gaan mijn gedachten vaak uit naar de begraafplaats voor Duitse militairen in het Limburgse Ysselsteyn.

Geen droevere plek in ons land dan die hectaren met verspilde levens en versteend verdriet. Op sommige plekken staan de grijze kruizen tegen elkaar aan. Daar onder liggen de resten van tankbemanningen, die onherkenbaar waren en waarvan de resten door elkaar lagen. Ik moet eraan denken als ik al die uitgebrande en kapotgeschoten tanks op het nieuws en andere media de revue zie passeren. Meestal is met geavanceerd wapentuig de koepel weggeschoten. Hopelijk is daarbij de bemanning direct omgekomen en is voorkomen dat ze beklemd in hun tank levend verbranden.*

Op de begraafplaats in Ysselsteyn ligt een jongen van 17 jaar, die op zijn verjaardag sneuvelde. Hij ligt daar nu in een te ruim uniform en een te grote helm in de Limburgse grond. Hij was de vijand, verdediger van een misdadig regiem, dat mannen, vrouwen en kinderen op industriële manier vernietigde. We moeten dus blij zijn dat hij gesneuveld is. Datzelfde ambivalente gevoel van tevredenheid hebben we misschien ook als we kijken naar vernietigd Russisch materiaal.

Russische wandaden

De bekendmaking van Russische wandaden, zoals verkrachtingen, plunderingen, het in de rug schieten van burgers, bombarderen van ziekenhuizen en het bewust kapotschieten van bewoonde flats, roept de gevoelens van wraak en woede bij ons op.

Maar ik blijf me steeds afvragen of die jongens in hun tanks, toen ze ten strijde trokken en voordat hun tank aan flarden geschoten werd bij het bereiken van de gevechtszone hard “hoeraaaaaaaaa” geroepen hebben?

 

*De Duitsers hadden voor inferieure Engelse tanks de gruwelijke bijnaam “Tommy cooker”