Dagblad010 | Jan D. Swart: Het complot tegen mijn auto

Jan D. Swart: Het complot tegen mijn auto

mainImage

In een wanhopige poging het complot tegen mijn auto te begrijpen liet ik me achterop de bagagedrager van de fiets van D66-freule Chantal Zeegers hijsen, gooide mijn arm rond haar middel, voelde vergeten opwinding en liet me naar de Hoogstraat rijden. Met de auto ging dat niet. Tegenwoordig moet ik overal een straatje omrijden, steeds een straatje verder. Het lot van vergane glorie. 

Chantal en wethouder Judith Bokhove en niet te vergeten hun struise vriendin Lies Roest zijn de pedaalcomédiennes van onze stad. Overal waar ze de grauwheid van het centrum omtoveren in een groen, groen, knollen, knollenveld wordt met een buks de lucht uit mijn banden geschoten.

En daar zat ik, achterop die fiets. Het had geregend, dus er waren plassen die Chantal met de benen in de lucht triomfantelijk met kleine vergeten gilletjes opzettelijk niet ontweek. Niets leukers dan een fossiele man op natuurzuivere wijze te laten herkennismaken met het geluk van het regenwater.

Vlak voor haar reed de nog veel groenere Jeroen Postma die af en toe stopte om uit de plassen zijn bidon te vullen. Even verderop sperde hij z’n mond wagenwijd open, boog z’n lippen over het ronde gaatje en wierp het hoofd omhoog. De smaak van het regenwoud. Daar kicken die groenen op. Oude Nederlandse militairen niet. Maar Jeroentje is nooit militair geweest en heeft ter verdediging van ons laatste koloniale bolwerk nooit zijn dorst hoeven lessen uit de natuurbronnen van Nieuw Guinea waarboven de Papoea’s eenmaal per dag door hun knieën zakten. Soms drie keer per uur, maar dan hadden ze van jonge Hollandse grappenmakers olijfolie cadeau gehad. 

Chantal had een hele happening van de fietstoer gemaakt. Iedereen reed mee. De raadsleden van de PvdA allemaal op dezelfde rooie trapfietsen met partijstickers. Meidenfietsen, met korting in één keer gekocht. Ook de route was leuk. Dwars door het centrum. Ook nog even de communistische blokkade op het Kruisplein gezien waar raadslid Jimmy Smet als de persoonlijke adjudant van onze blonde fietswethouder door stevig uit de kluiten gewassen demonstranten vurig werd gejonast. En zo te horen niet eens tegen z’n zin.

Leuke middag. En ik moet zeggen: die Hoogstraat, die vlondertjes, die bakken met dat duurzame hout, die plantjes die zelf water geven, en niet te vergeten de vrolijk gele plakplaatjes op de straat: bravo. Uit mijn mond is dat voor Judith een compliment waar ze de komende maanden in de raad op kan teren. Kleine autovrije straten zijn een verademing. Grote niet. En ja, ook die bomen op het Hofplein kunnen komen. Voor mijn part maken Rotmans, Postma, Bonte en Jimmy van alle doelpalen en erecties kleine windmolentjes, het zal me allemaal een rotzorg zijn. Ik heb geen enkel bezwaar tegen vergroenen, wel tegen het geraffineerde verdienmodel.

Want het is niet aan mijn gezonde Hollandse verstand te brengen waarom er zo allejezus veel geld voor is gereserveerd, waarom dit met een staal gezicht aan de Zorg is onttrokken, waarom de SP, PvdA en de hondjes van Ruud niet inzien dat dit reuze asociaal is, en waarom ik me – omdat ik niet fiets, niet wandel omdat ik als geboren Rotterdammer niet in deze stad woon – ook nog eens geel en groen moet betalen aan die parkeergarages die net als het ov ’s avonds tot overmaat van ramp levensgevaarlijk zijn? 

Leg mij dat nou nog eens een keertje uit.