Over de Atjehtram

23 February 2026, 16:07 uur
Columns
mainImage

Op 30 juli 1916 werd de 37-jarige kapitein J. Beets, employé van de Atjeh-tram, om het leven gebracht. Hij liet een vrouw en vier kinderen achter. De kranten schreven dat juist Beets zou hebben gezegd: “Zoo krijgen wij allen aan de Atjehtram onze beurt.”

De Atjeh-tram was een fenomeen in de kolonie. In het opstandige Atjeh lagen spoorwegrails, reden treinen en waren er stations. Bestuurlijk gezien noodzakelijk. Militair gezien praktisch onverdedigbaar. Daar kwam nog eens bij, dat veel oud-militairen dienst namen bij het spoor-en trambaanwezen. Wie de koloniale overheerser hard wilde treffen, vond in de tram-employé dus een ideaal doelwit.

Dat wist kapitein J. Beets, maar hij wist niet, dat ook hij vermoord zou worden.  Met deze en andere al dan niet geslaagde aanslagen was meer dan duidelijk dat het koloniale gezag op het spel stond. Orde en veiligheid bleken twijfelachtige zaken.

Eene artikel in het Bataviaasch Dagblad gooide olie op de golven: de Atjeh-oorlog was helemaal niet voorbij (zoals men in Nederland gaarne geloofde), generaties Atjehers zouden blijven doorvechten (dat zou consequenties kunnen hebben voor het Nederlandse budget) en niemand van het spoor-of tramwezen in Atjeh was het leven zeker, de employees van de Atjehtram (A.T.) allerminst.

Maar Beets zal als oud-militair wel degelijk op zijn hoede zijn geweest. Daarbij reed hij al sinds 1912 op de tram, dus ervaring genoeg. Hij was kalm, een family man en hij schreef trouw naar zijn familie in Amsterdam. In Atjeh had hij als KNIL-militair gevochten van 1893 tot 1896, jaren waarin hij een onderscheiding had weten te verwerven. Wie kon iets op hem aan te merken hebben? Beets was braaf.

Maar wel: een voormalige KNIL-man, werkzaam bij de Atjeh-tram. Een doelwit, dus. Geleidelijk verschenen er meer gruwelijke details in de kranten, zoals in de Sumatra post over de dader die had gezegd: 'maak ook mij nu maar dood, anders doe ik het een volgenden keer weer een blanda.'

Daar stond het: niemand was veilig. Europees Indië wist dat dit niet de enige blanda-hater kon zijn.

De moord op Beets inspireerde Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indièˆ tot een groots opruiend artikel op 23 augustus 1916 onder de titel: ‘Veilig Atjeh’, wat uiteraard een ironische klank had. Herinneringen van een ‘oud-gediende’ werden met het publiek gedeeld: hoe de Atjeh-tram in 1902 onder gewapend geleide ging rijden en passagiers gecontroleerd werden waarbij mogelijke moordwapens in beslag genomen konden worden, en dat toen de bewindslieden in Nederland (“van wie er enkele nauwelijks weten dat er een land bestaat dat Atjeh wordt genoemd”) eisten dat er “humaner” moest worden opgetreden, en wat waren daarvan de gevolgen? Precies.

De kloof was groot tussen de theorie van Nederland en de praktijk van de kolonie, dat bewees de moord op Beets wederom. Voor hem kwam het te laat, en ook voor zijn weduwe en de kinderen. Mevrouw Beets vertrok naar het veilige Europa. De moordenaar kreeg de doodstraf. De bewindslieden in Nederland bleven doof, de Atjehtram bleef rijden, en de moorden gingen door. Atjeh bleef Atjeh.

 

https://www.indischeschtijfschool.nl