Dagblad010 | Principes? Laat me niet lachen

Principes? Laat me niet lachen

mainImage

Ik moet altijd lachen om mensen die zweren bij hun totaalpakket aan principes, maar onmiddellijk de staatsruif tillen zodra ze de kans schoon zien.

Roepen dat je nooit zal demonstreren, maar wel en onmiddellijk een kuiltje graven op het Malieveld als het om je eigen pensioen gaat.

Vanuit de zwarte kousenkerk de tv boycotten, maar op dinsdagavond nieuwsgierig bij je goddeloze buren aanbellen om van Rutte te horen wanneer de cafés en de sekshuizen weer opengaan.

Ik ken ze, m’n pappenheimers. Daar heb ik de leeftijd voor. 

Principieel niet meedoen aan ’s lands collectes, maar wel jaarlijks gluiperig 1200 euro gelogen donaties invullen op het fiscale aangifteformulier.

Kankeren op je baas, maar op z’n jubileum walgelijk uit volle borst gaan staan zingen he’s a jolly good fellow. Getverdemme.

Ik ken dames die batterijen verzamelen en C&A-sokjes breien voor die lieve principiële Rotterdamse fractieleider van GroenLinks, maar niet tegen haar durven zeggen dat ze thuis met vriendinnen ouderwetse tupperwareavonden organiseren met die nooit meer te recyclen stinkdoosjes waarin ik naar mijn eerste baantje mijn boterhammen bewaarde en waaraan toen en kennelijk nog steeds een grijpstuiver wordt verdiend.

Ik ken milieuwetenschappers die Coredon twitterend ongeveer de grootste schoften van het land vinden, maar zich ondertussen te pletter verzinnen hoe ze bij hun tweede huis op Tenerife kunnen komen. Ik ken iedereen zelfs van naam. Ook raadsleden uit Rotterdam, die Gods woord van fatsoen onberispelijk streng belijden, maar naar de pers zo lek zijn als een mandje.

Arme raadsleden, die zich tegen hun principe in laten domineren door een akkoord waarvan ze bij nader inzien principieel vinden dat ze hun principes hebben vernacheld. Ik ken ze. Dus?

Principes? Laat me niet lachen.

Ik heb politici meegemaakt, van groot tot klein, van links naar rechts, van 1968 tot nu, van principieel tot erger, die - om carrière te maken - van het woord commercie een onregelmatige ademhaling kregen, maar eenmaal hoog gearriveerd in het bedrijfsleven in triomf en met een tiet aan geld aan de champagnekurken zogen.

Het is met de toepassing van principes maar net hoe je jasje waait. Daarom haal ik mijn schouders op als mensen van zichzelf zeggen dat ze zo mooi en waarachtig principieel en consequent zijn. Die liegen, die liegen tegen de klippen op, die liegen dat het gedrukt staat.

Ben ik anders? Oh God Nee. Maar er is één groot verschil. Ik kom er eerlijk vooruit en ik ben ook geen politicus, geen milieuboefje, ik heb geen oud Europees geloof, geen woestijngeloof, en geen baas. Ja, mijn vrouw. Maar die geef ik m’n creditcard. Dat scheelt veel bonje en je koopt er principes mee af. Hoe?

Dat vertelde ik vóór corona overal in het land à raison van duizend euro per avond. Wit uitbetaald, want je moet ook weer niet alle principes willen verloochenen.