mainImage

RFC: 4 mei 1904-30 juni 1997

3 mei 2022, 21:09 uur
Columns

RFC had vandaag precies 118 jaar bestaan. De club, die na enige omzwervingen vanaf 1923 aan de Essenburgsingel speelde, moest na een faillissement op 30 juni 1997 de poort sluiten.

De club beleefde met twaalf senioren-, elf junioren-, twee pupillenelftallen en een florerende honkbalafdeling een bloeiperiode in de jaren vijftig en zestig.

Tien jaar lang was ik lid van die club, van mijn tiende tot mijn twintigste. Het was de keuze tussen Sparta aan deze en RFC of Neptunus aan gene zijde van de Schie, die je voor twee cent met het pontje kon oversteken. 

De Mathenesserstraat was een bolwerk van RFC'ers. Cees Verbrug, Nol Heijerman, Jaap de Jong, Wim en Theo van der Most, Piet en Jan Bouts, ze woonden er allemaal.

Op het plein, waar wij dagelijks voetbalden, scoutte trainer Jan Bras op tweehoog vanachter zijn raam. Dag in dag uit zag hij de talenten voor zijn deur. 'Wil jij naar RFC komen?' vroeg hij. En ik ging. Een proeftraining volgde, daarna de oproep voor de ballotagecommissie in de bestuurskamer onder de klassieke houten overdekte tribune.

Eerst in een pupillenelftal, daarna bij de junioren met jongens zoals Nico Doense, Piet Klaverdijk, Rob van Olm, Theo Versloot, Boy Balkhoven, Alex (de 'Knoest') Schellenberg, John van der Voet en Hennie Gruben, die nog jarenlang voor het eerste elftal uitkwam. En elftalleider mijnheer Vermeer.

Op woensdagmiddag trainen op het derde veld, waar kantinebaas/jeugdtrainer/secretaris/scheidsrechter Aad de Ridder wekelijks een sprits uitloofde voor de beste speler in het afsluitende onderlinge partijtje.

De Rotterdamsche Football Club was de club van international Daaf Drok, Dick Apon, Lou Benningshof, Pim Visser, Floor Bouwer en later nog even van Jan Eger, Guus Stek, Rob Baan en Hugo Meijers. En van Henk Fraser als jeugdspeler.

RFC, met de groen-wit verticaal gestreepte shirts, naar de Rotterdamse kleuren. De club van de Essenburgsingel, eindpunt lijn 1. Van voorzitters als Trompert, Van Walsum en Dijkman. Van terreinknecht 'ome Leen' Kruidenier, een nukkige oude baas, die elk kwartaal trouw de contributie aan de deur inde. Van de energieke Jan van Putten ook, die uitgroeide van voetbaltotocommissielid, leider en jeugdtrainer tot preses.

Maar ook de club van jarenlang trouwe leden als Jan Schellenberg en Jan van Limburg, van oud-bestuurslid Wim Streijl, vele jaren vaste grensrechter bij het eerste. Een onberispelijk en volkomen integere man, die bij twijfel liever tegen dan voor zijn ploeg vlagde.

Het bestuur van RFC had in 1954 gekozen voor behoud van de amateurstatus en niet voor het betaalde voetbal. Jacques Barzilay, Adrie en Dorus van Huuksloot, Theo van der Poel, Harry van Citteren, Nico van der Heijden, Wim Taffijn en Henk de Heijdt vormden later een degelijke kern van de eersteklasser.

Van betalen wilde RFC niets weten, zoals buurman en concurrent Neptunus in die tijd al wel deed. Wim van der Most, net getrouwd, werd overgehaald voor een televisie om enkele honderden meters verderop aan de Abraham van Stolkweg te komen voetballen.
Het waren de eerste signalen die duidden op een verloren tweestrijd.

De afscheiding van de voetballende honkballers (Eurostars) was al een teken van afbrokkeling. De jaren daarop ging het snel bergafwaarts. De teloorgang was niet te remmen. RFC degradeerde. En weer en weer.

Nog 150 leden telde de club in het laatste seizoen met een schuld van vier ton aan de gemeente. Zonder jeugd, dus ook zonder toekomst.

Het meest wrange voor de verstokte RFC'er was, dat de club ten grave werd gedragen in een jaar (1997) waarin concurrent en buurman Neptunus naar de hoofdklasse promoveerde.

RFC was ter ziele, zoals nog vele, ooit vooraanstaande amateurclubs het niet konden en straks ook niet meer zullen kunnen bolwerken.