Dagblad010 | Sterven voor je geloof

Sterven voor je geloof

mainImage

Geloven in een god is altijd al een riskante zaak geweest. Of je nu Odin, Ezda, Viracocha, Jahweh, Ometéotl, Brahma, Christus of Allah aanbidt, er blijken steevast mensen in de buurt die een andere schepper aanhangen en menen dat hun religie de enig juiste is. En hoewel in veel godsdiensten naastenliefde een wezenlijke rol speelt, is dat zelden van toepassing op andersdenkenden. 

Muzelmannen, zoals moslims in vroegere tijden heetten, werden vanaf 1099 twee eeuwen achtereen door kruisridders uit Europa afgeslacht met de bedoeling van Jeruzalem een christelijke stad te maken. Heel wat joden in het Heilige Land overleefden deze Europese vorm van christelijke naastenliefde trouwens ook niet. De katholieke kerk liet zich in het kielzog van Columbus evenmin onbetuigd in de Nieuwe Wereld, want de heidense indianen konden kiezen tussen zich bekeren tot het christendom of sterven. In de Oude Wereld was niet-geloven trouwens ook een vorm van ketterij die ook goed bleek voor een plek op de brandstapel. 

Je zou denken dat het alom heersende christendom in Europa de meeste veiligheid bood. Maar katholieken en protestanten hebben, ofschoon ze dezelfde Heer aanbidden, elkaar door de eeuwen heen ook voortdurend de hersens ingeslagen. We hoeven niet eens helemaal terug naar de tijd van de beeldenstorm of de Spaanse inquisitie, in Noord-Ierland is het nog steeds een wankel evenwicht. En anders zijn er wel fanatieke moslims die liefst elke christenhond - van welke richting dan ook - willen opblazen, neersteken of met een vrachtwagen op een boulevard of in een winkelstraat plat hopen te rijden. 

Maar nu is er ineens een vijand van heel andere orde voor streng gelovigen: covid 19. Waar religie doorgaans bij rampen voor veel mensen juist een vorm van hoop betekent, biedt de bidstoel nu vooral extra kans op een ticket naar het hiernamaals. Kerken van Seoul tot Frankfurt en van Florida tot de Veluwe blijken bronnen van besmetting. Je kan kruisjes slaan tot je een ons weegt, zodra al die gelovige mondjes psalmen gaan prevelen of - nog gevaarlijker - gaan zingen, vliegen de besmettelijke corona-virusjes je om de oren. Geen Moeder Maria die helpt. Wat heet, een warme hand van de dominee alleen al kan je einde inluiden.

Verkondig deze wetenschap bij orthodoxe joden in Israël en je hebt meteen een rel. Ook de strenge moslims op Atjeh - altijd al een eigenzinnig volkje - gaan gewoon met honderden tegelijk naar de moskee. En de alwetende president Trump - immers een devoot christen met een grote afkeer van zonden als hoogmoed, leugens, kwaadaardigheid, bedrog en overspel - maande aan de vooravond van de 100.000ste Amerikaanse corona-dode zijn gouverneurs nog om de gebedshuizen weer open te stellen, onder het motto “De VS heeft meer gebed nodig, niet minder.”

Sterven voor je geloof is niet alleen iets van hedendaagse terroristen. De geschiedenis is er vol van en het is dan ook een belangrijk thema in de literatuur en de schilderkunst. Het heeft iets verhevens en komt in diverse religies voor. Wat wij in de Europese kunst zien, verwijst doorgaans naar de katholieke kerk. Daar wordt een martelaar op den duur zelfs heilig verklaard. Stefanus wordt beschouwd de eerste martelaar van het christendom. Hij werd rond het jaar 35 in Jeruzalem gestenigd. Niet minder bekend is Sebastiaan, die pakweg twee eeuwen later op last van de Romeinse keizer Diocletianus eerst met pijlen werd doorboord en toen dat niet hielp alsnog werd doodgeknuppeld. Zeker zo gruwelijk was het om in het oude Rome letterlijk voor de leeuwen te worden gegooid. 

Dichter bij huis vinden we de Martelaren van Gorcum: 17 priesters die door de Geuzen van de protestant Willem van Oranje in 1572 nabij Den Briel werden gefolterd en opgehangen. Dat folteren, hevig pijn lijden voordat de dood verlost, hoort er nadrukkelijk bij voor een echte martelaar. In het Vaticaan houden ze er sinds Stefanus een speciale lijst van bij met inmiddels ruim 6650 namen.

Vergeleken hiermee krijgt een eigentijdse kerkganger met corona, die in coma aan de beademingsapparatuur bezwijkt, ineens iets banaals. En teleurstellends. Het bidden en zingen heeft overduidelijk niet het gewenste resultaat gebracht; integendeel de kerkgang heeft juist besmetting opgeleverd! Daar lijkt weinig verhevens aan. Een plek op die erelijst van martelaren in Rome zit er ook niet in. Niks martelaar. Niks heilige. Als het je in New York overkomt, lig je ook nog eens dagen in een koelvrachtwagen op een industrieterrein voor je naar je eeuwige rustplaats mag. En in Brazilië, ook al zo’n Godvruchtig land met een president die de wijsheid in pacht heeft, eindig je in een kartonnen doos in een enorm massagraf. Nee, sterven voor je geloof brengt in corona-tijd maar weinig glorie.