Sinds een paar jaar houden wij kippen. Drie hennen, geen haan, want ik hou van uitslapen en wil ook geen gedoe met de buren. Mijn oudste zoon kwam met het duivelse idee om ze Drumstick, Nugget en Schnitzel te noemen, maar het werden Corry, Nelly en Carla.
Kippen houden lijkt makkelijker dan het is. Dat begon al met ’t hok. Ik kocht een ruim houten exemplaar met dag- en nachtverblijf om na een week te ontdekken, dat het niet zo handig is als je er vanwege de hoogte alleen gebukt in kan staan. En dat in de ren staan is bij ons een dagelijkse bezigheid. Kippen poepen namelijk aan de lopende band en we willen niet dat zo’n hok gaat stinken of een broedplaats voor strontvliegen wordt.
Er moest dus een groter en vooral hoger dagverblijf voor onze drie meisjes komen. Op de een of andere manier kom ik, als ik moeilijke wensen heb of iets van afmetingen die ik nergens kan krijgen, altijd bij VidaXL uit. Ik vind het een vreselijk bedrijf met voornamelijk rotzooi uit China, maar zij hadden weer als enige de voor mij ideale kippenren.
‘Moet zelf gemonteerd worden’, stond erbij. Geen punt. Ik verwachtte een soort Ikea-constructie met perfecte handleiding, iets wat binnen de kortste keren is gemonteerd. Niet dus. Het pakket bestond uit een rol gaas en verzameling op maat gezaagd hout, waar nog geen voorgeboord gaatje in zat. Ik ben dagen in de weer geweest om het ding wind- en weerbestendig in elkaar te krijgen.
Heel handig verbond ik het oude houten nachthok met de nieuwe ren. Wat waren onze meisjes blij met hun kapitale kippenvilla. Wie ook blij waren met het houten nachthok, was de kolonie bloedluizen. Want die krijg je er bij kippen al snel gratis bij. Minuscule parasieten, die zich schuil houden in kiertjes tussen het hout en ’s nachts je kippen leeg zuigen. Je kan ze te lijf gaan met gif, met een korrelige gel waaraan ze zich open schuren en met de crème brulée-brander. Maar de bloedluizen winnen altijd bij een houten hok. Tenzij het ding bij het branden in de fik vliegt.
Voor een kapitaal bedrag kochten we een prachtig kunststof nachthok. In combinatie met die korrelige gel en een natuurlijk middel dat we aan het water van de kippen toevoegen (dat schijnt hun bloed minder lekker te maken) hebben we de bloedluis sindsdien behoorlijk onder controle. Je, dierenliefde is een dure en vermoeiende hobby.
Corry
En toen werd Corry ziek. Als de andere twee vrij in onze tuin rondscharrelden en de varens naar God hielpen, bleef zij achter in de ren. Haar achterwerk zat voortdurend onder de viezigheid, haar poep zag er ook heel anders uit. Wat moesten we doen? De dierenarts? Omdat onze kat toch de jaarlijkse APK moest ondergaan, vroegen we de dierendokter of ze ook kippen deed? “Nou liever niet!”
Dat antwoord kregen we binnen een straal van zestig kilometer nog tig keer. Pas in Utrecht vonden we iemand. Maar in mijn zoektocht op internet trof ik ook de Kippenclub. Of liever Kim van de Kippenclub. Kim is een meisje van het boerenland die zich helemaal op kippen heeft gestort. Toen ze zelf kippen ging houden en er eentje al heel snel ziek werd, kon ze nergens goed terecht voor advies. Dat zat haar niet lekker.
Haar fanatisme is in enkele jaren uitgegroeid tot een instituut voor iedereen in Nederland die kippen houdt. Kim is 24/7 een vraagbaak voor elk kippenprobleem. Ze schrijft nieuwsbrieven, geeft raad, verzorgt lezingen en workshops: allemaal gratis en voor niets, of een bescheiden bijdrage voor het zaaltje en de koffie met koek. Het enige waar je bij Kim voor betaalt, zijn de natuurlijke heilzame producten die ze met hulp heeft ontwikkeld om allerhande kwaaltjes bij kippen te verhelpen of - nog liever - te voorkomen.
Zo kwam onze Corry er ook weer razendsnel bovenop. Op de website van de Kippenclub staan tientallen foto’s van alle denkbare vormen van kippenpoep. Aan de hand daarvan kun je zien wat er mogelijk met jouw kip aan de hand is en wat je dan vervolgens kan doen. Ik appte met Kim over de verschijnselen van Corry, ik stuurde Kim een foto van de ontlasting en bestelde een fles met spul dat ik Corry een week lang elke dag met een pipet in de snavel moest spuiten. Op een filmpje liet Kim zien, hoe ik dat het beste kon doen. Na een week kreeg ik spontaan een berichtje van Kim: hoe het met Corry ging?
Sindsdien houden wij van Kim. We hebben een van haar workshops in het land gevolgd, we lezen trouw haar nieuwsbrieven over pfas-eieren, kippen in de winter, vogelgriep, bloedluis en wat al niet meer. Zoals we voor onszelf ook standaard paracetamol, norit, strepsils en andere middeltjes in het medicijnkastje hebben liggen, zo hebben we een aantal van Kims - alleszins betaalbare - producten standaard in huis voor onze drie meisjes. Want Kim weet meer van kippen dan alle dierenartsen in de regio bij elkaar.
Naamsveranderingen
En in dat laatste wringt nu de schoen. Een tijdje terug moesten alle producten plotseling van naam veranderen. Ook de omschrijvingen van wat het deed, werden veel vager. Het bleek dat Kim van de Kippenclub overhoop lag met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), die klaarblijkelijk vond dat zij zich teveel als kippengenezer presenteerde. Dus bestellen we nu dezelfde middelen, waarvan we weten dat ze prima tegen kwaaltjes helpen, onder rare fantasienamen die vooral niet de indruk mogen wekken dat het geneesmiddelen zijn.
Desondanks vliegen de boetes Kim nog steeds om de oren. Eén verkeerd gekozen woordje in een omschrijving, één zinnetje dat verwachtingen zou kunnen wekken, kost weer een smak geld. Er blijken dus mensen te bestaan, die daarvan melding doen bij de NVWA. Kim wordt er wanhopig van. Zij wil alleen maar zieke kippen helpen. Vanuit Kims enorme aanhang in het hele land, leek een crowdfunding op gang te komen om haar te helpen bij die boetes. Maar dat voelt niet goed voor Kim. Dus is er nu een ander initiatief: mensen worden Vriend van de Kippenclub en doneren wat ze willen.
Zoals gezegd zijn ook wij met onze drie kippenmeisjes een beetje van Kim gaan houden en dus Vriend van de Kippenclub geworden. Maar tegelijk ontwaakt er een zekere woede in mij. Want op dezelfde dag dat ik lees hoe moedeloos Kim van al dit gedoe raakt, zie ik in een nieuwsbrief van tv-programma Radar hoe louche elektriciens, mensen met een acuut probleem thuis oplichten voor giga-bedragen. Boeven die zelf een aansteker bij de aardlekschakelaars in de stoppenkast houden en dan zeggen dat de boel aan het doorbranden is en de twee schakelaars meteen moeten worden vervangen. Kosten: 1450 euro voor 20 minuten werk. Meteen te voldoen.
De politie staat redelijk machteloos tegen dit soort georganiseerde misdaad. Google, die het tuig faciliteert door ze tegen betaling van 70 euro per klik bovenaan te zetten bij wie ‘elektricien spoed’ intikt (en hieraan tienduizenden euro’s per dag verdient) houdt zich van de domme en wast de handen in onschuld. Maar gelukkig is er een overheidsinstantie die dit zou kunnen aanpakken: de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Die zou net zo daadkrachtig als de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit kunnen optreden.
Toch blijkt er een verschil tussen Kim het leven zuur maken en tech-reus Google de oren wassen. Want tv-programma Radar kan zo langzamerhand wel een avondvullende marathonuitzending samenstellen over alle schrijnende kwesties waar toezichthouder ACM het laat afweten.