In het oude Indië bestonden er woorden die nog steeds iets met ons doen, tenminste, als u er gevoelig voor bent.
Zo'n woord is: angker.
Zelfs in het prozaïsche Nederland, zo lang na Indië, leven er mensen die dan even hun adem inhouden. Een rilling voelen. Van binnen voorzichtig worden en liever niets meer zeggen, of anders een beetje.
Angker.
Soms voel ik wat dit betreft een zorg over de derde en vierde generatie. In Indië was er een vanzelfsprekend 'weten' in families over angker en alles wat daarbij hoorde. Daar werd op goede momenten het een en ander uitgelegd, wat te doen en wat te laten. En hoe het moet als je de gave hebt om iets te zien van wat komen gaat of contacten met de andere wereld te leggen.
Hier weet de tweede generatie niet altijd hoe daarin een jonger iemand te begeleiden. Logisch. Want die tweede generatie is opgevoed met 'we zijn nu hier'. Dan is het risico op verhollandsen groot.
Maar de gave reist verder door de generaties.
Tijdens mijn coachingsgesprekken begin ik er zelf over, wanneer ik iets hoor over een toeval dat geen toeval is, of een intuïtie die meer is dan dat.
Dan hoor ik opluchting.
Het gesprek verdiept zich.
In Nederland zijn we westerse rationele mensen. Zo ben ik ook.
En toch bestaat dat andere, buiten de grens van hetgeen een rationeel mens kan beredeneren.
Daar bevindt zich de ervaring dat er een andere wereld bestaat.
In het grote Moessonarchief vond ik wat Lin Scholte in Tong Tong (1964) schreef over hetgeen haar moeder Djemini als jong meisje meemaakte. Een 'blanda-fuselier' spot met een heilige berg die 'angker' is en wordt zwaar gestraft met verlamming. Dat moet anderen voorzichtiger hebben gemaakt. Beter te weinig zeggen dan te veel. Beter misschien helemaal niets.
Maar hoe moet het dan met degenen die het nodig hebben om meer te weten?
Ook de Indische schrijfster Ems van Soest wist wat angker was. In 1979 schreef ze in Moesson over haar jeugd in Semarang en de ervaringen van een huis dat angker was.
Niets aan te doen. Of wel? Met die vraag belde ik Inge Dümpel op. Zij weet veel van de oude tijd. Inge zei: “Er is dan in het verleden iets heel ergs gebeurd waardoor een morele schuld is ontstaan. En die is niet ingelost. Er is geen vergiffenis gevraagd voor het ontstane onrecht.
Zo ontstaat het.
Degene die weg is gegaan, die dood is, voelt woede. Soms ook wrok. Of verdriet. Die emoties zijn dan merkbaar in het huis.
De oplossing is dat de schuld ingelost moet worden via bijvoorbeeld een slamatan. Dat is een vorm van erkenning, respect en daarmee genoegdoening van de schuld. Zo kan een huis weer gewoon worden, 'ontladen' van de slechte invloeden.”
Hier moest ik lang over nadenken en nog. Kennelijk kunnen wij levenden die anderen helpen. Of misschien moet het wel, uit plicht.
Als je weet hoe, tenminste. En nu denk ik weer aan degenen van de jongere generaties, die veel meer aanvoelen dan ze zelf, rationeel gezien, kunnen begrijpen.
https://www.indischeschrijfschool.nl