Zij waren zeebaboes

2 February 2026, 13:01 uur
Columns
mainImage

Het was een beroep: zeebaboe. Er waren vrouwen die op schepen hun dienstreizen maakten. Ze voeren tussen Indië en Nederland, en dan weer terug, ingehuurd op om de kinderen te letten. Jonge vrouwen en oudere vrouwen. Sommige zeebaboes verdienden uitstekend.

Er zijn nog mensen die destijds als kind onder de hoede van een zeebaboe hebben gereisd. Enkelen weten dat nog heel goed: “Ik was bang voor Minah,” vertelde een grote stoere man me eens. Een ex-onderwijzeres vertelde me dat de zeebaboes veel samen waren, in haar jonge ogen van toen waren het oudere vrouwen. De onderwijzeres is er niet meer, maar gelukkig mocht ik een film van ons gesprek maken.  Anders waren haar herinneringen zomaar weg geweest. Zo heb ik wat meer filmopnames. Ik wacht tot er een archief naar me toekomt, dan kan ik een boek over deze vrouwen maken.

Deze week kreeg het wachten een duwtje.

Want Riboet Verhalenkunst belde.

Lang verhaal kort, er komt een hele middag over zeebaboes en of ik ook wil komen om wat verdieping te verschaffen.

Jawel, zei ik.

Het is op zondagmiddag 8 februari 2026, in Muzee Scheveningen. Dit alles kwam eigenlijk door Yvonne Keuls. Zij zou vertellen over haar eigen zeebaboe maar toen werd Yvonne, zoals de uitdrukking is, verheven tot heerlijkheid.

Je had destijds: baboes die al in het gezin werkten en meereisden op de boot, tijdens het verlof in Holland bleven en dan (meestal) weer mee terug voeren; de zeebaboe als beroep, wat weer iets anders was dan kinderjuffrouw of gouvernante. Lager betaald, minder status. En er waren zelfstandige zeebaboes die zelf adverteerden in de kranten. Dat zie je vooral in de jaren 1930 opkomen, dan heeft het beroep zich ontwikkeld. Er zijn dan zeebaboes die meerdere talen spreken, en ook min of meer advies kunnen geven, wat ideaal is voor een gezin dat voor de eerste keer naar Indië of Holland gaat. Deze advertenties veranderen van inhoud wanneer de oorlogsdreiging voelbaar is: dan bieden zeebaboes zich gratis aan, als ze maar terug kunnen naar huis, naar Indië.

Veel mensen hebben herinneringen aan hun baboe. Uitgebreide herinneringen: hoe zij heette, waar zij vandaan kwam, wat ze zei en wat mocht en niet mocht. Dierbare herinneringen vol liefde, voor de vrouw die er altijd was. Maar dat was anders bij een zeebaboe. Zij was er tijdelijk, zolang de zeereis duurde. Wat betekent dat voor een kind?

Ik heb nu al drie, vier mensen gesproken over hun herinneringen aan hun zeebaboe. Dat zijn belangrijke verhalen over Indië, die ook bewaard moeten worden. Er is nog te weinig bekend over zeebaboes. Dus als u ook onder de hoede van een zeebaboe stond en dat nog weet, dan hoor ik het graag. Of als uw vader of moeder er iets over vertelde, dan ook.

Was de zeebaboe in Nederland, dan had ze niet altijd een aansluitende reis terug. Tot ze weer kon aanvaren, verbleef ze in een pension of in het tehuis Persinggahan, in Den Haag/Scheveningen. Het tehuis heeft tientallen jaren bestaan, en onderdak geboden aan vooral zeebaboes. In mindere mate aan djongossen, terwijl ook zij toch ergens moesten blijven. De opheffing van het tehuis in 1948 was op bevel van de overheid. Het bestuur was furieus. En nu komt het merkwaardige: de dossiers van de zeebaboes zijn verdwenen. Mijn vermoeden is dat ze ergens op zolder staan, daar neergezet door een opstandig bestuur, en dat de bestuursnazaten niet weten wat er in de oude dozen zit. En ik weet niet op welke zolder ik zou kunnen kijken.

Maar ik blijf radicaal optimistisch. Op een dag vind ik die zolder of vindt de zolder mij.

www.indischeschrijfschool.nl