Dagblad010 | Kopzorgen (156) – Minimale erfdeel

Kopzorgen (156) – Minimale erfdeel

mainImage

Seniorredacteur Hans Roodenburg (ex-Het Rotterdams Parool, ex-Het Vrije Volk, ex-Rotterdams Dagblad) geeft antwoord op knellende vragen van uiteenlopende maatschappelijke aard. U kunt ze hem rechtstreeks stellen op: hansroodenburg@kpnmail.nl. Of u maakt gebruik van de link hierboven: stadswacht. Het antwoord (meestal voor anderen ook van belang) leest u terug in dit digitale dagblad.  Uw naam wordt daarbij niet vermeld.

Vraag:

Ik heb een neef en een nicht die ver weg – in Nieuw-Zeeland – wonen. Ze hebben mij gevraagd een paar zaken uit te zoeken want hun biologische vader, mijn broer, is op 78-jarige leeftijd overleden in Nederland. Mijn broer was een tweede huwelijk aangegaan. Mijn neef en nicht waren uit zijn eerste huwelijk. Per testament is door hem vastgelegd dat al zijn kinderen van zijn eerste vrouw moeten worden onterfd. Hij heeft ook nog een biologisch kind bij zijn tweede vrouw. Die zou volgens het testament van hem alles krijgen als zijn tweede nog levende echtgenoot doodgaat. Wat moet ik doen?

Antwoord:

In dit geval zouden de kinderen uit Nieuw-Zeeland een beroep moeten doen op hun legitieme portie (het minimale erfdeel voor kinderen). Zij krijgen ‘slechts’ een vordering op de nog levende (tweede) echtgenoot van uw broer. Want de (tweede) echtgenote is door de Nederlandse wet beschermd. Zij krijgt een vordering van de kinderen totdat zij is overleden.

Uw neef en nicht in Nieuw-Zeeland moeten er ook rekening mee houden dat als uw broer in gemeenschap van goederen was getrouwd zijn nalatenschap (inclusief de overwaarde in het huis) de helft bedraagt van het gezamenlijk vermogen naar Nederlands erfrecht.

Zij moeten dus nu al een beroep doen op hun legitieme portie omdat biologische kinderen niet zijn te onterven.