De ouders van een negenjarig Oekraïens meisje dat sinds augustus 2024 als thuiszitter staat geregistreerd, hebben de gemeente Rotterdam gevraagd de samenwerking tussen onderwijs, leerplicht en jeugdzorg in hun zaak te onderzoeken. Zij hebben hierover een brief gestuurd met het verzoek deze onder de aandacht te brengen van wethouder Jeroen Postma (Jeugdzorg, Onderwijs en Sport) en de gemeenteraad.
Volgens de ouders ontvangt hun dochter sinds 1 augustus 2024 geen onderwijs binnen het Nederlandse onderwijssysteem, hoewel zij leerplichtig is gebleven. Leerplicht Rotterdam heeft die situatie volgens de brief schriftelijk bevestigd. In de tussentijd bleef het meisje wel onderwijs volgen via haar Oekraïense school, waar zij het derde leerjaar met goed gevolg afrondde.
De ouders schrijven dat gedurende bijna twee jaar verschillende organisaties bij de zaak betrokken zijn geweest, waaronder OBS De Globe, Stichting BOOR, PPO Rotterdam, Leerplicht Rotterdam, het Wijkteam GIP Oekraïne, Erasmus MC en de Kinderombudsman Rotterdam. Volgens hen heeft die betrokkenheid er niet toe geleid dat hun dochter weer onderwijs ontvangt.
In de brief noemen de ouders drie voorbeelden die volgens hen vragen oproepen over de samenwerking tussen de betrokken instanties. Zo stellen zij dat in november 2025 twee scholen voor gespecialiseerd onderwijs bereid waren hun dochter toe te laten, maar dat geen aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring werd ingediend. Daarnaast wijzen zij erop dat tijdens een multidisciplinair overleg werd gezegd dat een voorgesteld dagprogramma onderwijs zou bevatten, terwijl de uitvoerende organisatie later schriftelijk bevestigde dat dit niet het geval was.
Verder schrijven de ouders dat de school Leerplicht Rotterdam eind februari 2026 heeft gevraagd geleidelijk druk op hen uit te oefenen vanwege zorgen over vervoer naar het dagprogramma. Volgens de brief werden die zorgen door Leerplicht als ongeldig aangemerkt voordat hierover contact met de ouders had plaatsgevonden.
De ouders melden verder dat zij inmiddels een verzoek om een oordeel hebben ingediend bij het College voor de Rechten van de Mens. Dat verzoek is volgens hen in behandeling.
Ook uiten zij zorgen over een nieuwe beoordeling die volgens de brief vanaf 2 september 2026 staat gepland. Volgens de ouders zou die, net als een eerdere beoordeling in 2024, plaatsvinden zonder professionele tolk en zonder deskundige op het gebied van autismespectrumstoornissen (ASS). Zij wijzen erop dat de eerdere beoordeling volgens een uitspraak van de klachtencommissie van Herstart in mei 2026 niet langer actueel is verklaard.
De ouders vragen de wethouder niet om zich te mengen in het individuele traject rond een toelaatbaarheidsverklaring voor het gespecialiseerd onderwijs. Wel verzoeken zij de gemeente te onderzoeken hoe de samenwerking tussen onderwijs, leerplicht en het wijkteam in deze zaak is verlopen en welke lessen daaruit kunnen worden getrokken voor vergelijkbare situaties.
Daarnaast vragen zij of hun brief kan worden geagendeerd voor bespreking in een relevante commissie van de gemeenteraad. Zij geven aan bereid te zijn de volledige chronologie en onderliggende documentatie beschikbaar te stellen.