Zuid-Hollandse gemeenten hebben van de provincie toch wat meer ruimte gekregen om hun kernen uit te breiden met nieuwe woningbouwlocaties. Vooral plattelandsgemeenten waren bang dat hun buitengebied voor jaren "op slot" zou worden gezet door nieuwe regels van de provincie. Een meerderheid van Provinciale Staten (41-13) besloot bij de herziening van het omgevingsbeleid, waarin alle regels voor de leefomgeving staan, die voorgestelde regels wat te versoepelen.
Weliswaar blijft het uitgangspunt dat woningen zoveel mogelijk binnen bestaande steden en dorpen worden gebouwd, om de schaarse 'open' ruimte in Zuid-Holland zoveel mogelijk te beschermen. Voor nieuwe buitenstedelijke locaties blijft onder bepaalde voorwaarden echter wel ruimte.
PRO, VVD, BBB en CDA hadden in hun coalitieakkoord afgesproken dat de lijst met grote bouwlocaties (van minimaal 3 hectare) amper wordt uitgebreid, om natuur en landbouwgrond zoveel mogelijk te behouden. Op PRO na stemden al die partijen woensdag echter voor versoepeling.
"In het coalitieakkoord is het slot op de deur gezet, bij het ruimtelijk voorstel is de sleutel omgedraaid en nu wil het college die sleutel weggooien, waardoor dit de komende jaren het uitgangspunt van het beleid zou worden", zei Steven Datema (ChristenUnie). Hij betoogde dat de huidige coalitie dan "over zijn eigen graf zou regeren". Om te voorkomen dat Zuid-Holland ook na de provinciale verkiezingen van begin volgend jaar amper ruimte geeft aan gemeenten om uit te breiden, stemde een meerderheid van de Staten voor aanpassing van de voorgestelde regels.
Zuid-Holland wil tussen 2022 en 2030 bijna een kwart miljoen woningen laten bouwen, maar door allerlei factoren lijkt dat aantal niet haalbaar.
Door: ANP