De grootschalige verkoop van voormalige huurwoningen, ook wel uitponden genoemd, vergroot de ongelijkheid onder jongvolwassen starters op de woningmarkt. Dat stelt makelaarsorganisatie NVM na onderzoek.
Volgens de makelaars zorgde de komst van veel huurwoningen naar de koopmarkt er vorig jaar voor dat een recordaantal starters hun eerste woning kon kopen. Maar tegelijkertijd zagen veel mensen hun kansen op een huis juist afnemen.
De makelaars becijferen dat een huurwoning die voor 400.000 euro wordt verkocht bij volledige financiering van de koper een bruto jaarinkomen van circa 84.500 euro vereist. Anders krijgt diegene niet de benodigde hypotheek. Diezelfde woning was als huurwoning bereikbaar met een inkomen van 53.500 euro, uitgaande van een maandelijkse inkomenseis van drie keer de maandhuur.
Onoverbrugbare kloof
"Dat verschil van ruim 30.000 euro per jaar vormt voor veel starters een onoverbrugbare kloof", aldus de NVM, die opmerkt dat het contrast voor woningen die in de gereguleerde middensector zouden vallen, nog groter is. Dit "vergroot de kloof tussen starters mét en zonder financiële buffer", concludeert Lana Goutsmits-Gerssen, makelaar en voorzitter van de vakgroep NVM-Wonen.
De NVM heeft al langer zorgen over de verkoopgolf van huurwoningen. Die golf komt onder andere door strengere regels voor verhuur, waardoor verhuren minder aantrekkelijk is geworden voor vastgoedpartijen. Dit laatste drukt ook op de investeringen in nieuwe woningen door de vastgoedpartijen.
Vorig jaar is de huurmarkt flink gekrompen. Het aantal nieuw verhuurde woningen in de vrije sector lag eind vorig jaar 38 procent lager dan een jaar eerder, aldus de NVM. Door het sterk afgenomen aanbod zijn huren in de vrije sector daarnaast hard omhooggegaan.
Door: ANP