De door de grote vier woningcorporaties toegejuichte koerswijziging van Rotterdam om volop in te zetten op het bouwen van middensegmentwoningen met huren oplopend tot 1228 euro per maand stuit op kritiek in eigen gelederen. Maar liefst 5500 van dat soort woningen moeten er volgens PRO en met steun van D66, VVD, CDA en Volt de komende vier jaar worden gebouwd. Bij voorkeur door woningcorporaties.
Registeraccountant Gerard Erents is er niet blij mee. De man, die bekendheid verwierf als interim-bestuurder van Vestia en Rochdale en oud-commissaris van Havensteder, is het er ‘helemaal mee eens’ dat het coalitieakkoord ‘Vaart maken’ weinig perspectief biedt voor de minst draagkrachtige woningzoekenden. Woningen met een huur van meer dan 1200 euro exclusief servicekosten acht Erents te duur voor de groep mensen, voor wier huisvesting corporaties ooit zijn opgericht. “Ik blijf erbij dat de prioriteit moet liggen aan de onderkant van de markt zeker gezien de wachtlijst”, zegt Erents.
Hij voegt daaraan toe: “Overigens vallen daar voor mij ook studentenwoningen onder”. Van die categorie wil het kersverse Rotterdamse gemeentebestuur er tot 2030 zelfs méér bouwen dan gewone sociale huurwoningen. ‘Vaart maken’ kiest voor 2400 studentenwoningen en slechts voor 2100 sociale huurwoningen. Van welk aantal ook nog eens 720 flexwoningen en al geplande onttrekkingen uit de sociale voorraad in mindering kunnen worden gebracht. Een reeds in 2021 in gang gezette afname van de goedkoopste woningen lijkt onvermijdelijk.
In het wereldje van woningcorporaties komt het niet vaak voor dat binnen de eigen gelederen van mening wordt verschild over de te varen koers. De opmerkingen dan wel kritiek (?) van Erents vormen daarop een uitzondering.
Het stilletjes naar de achtergrond verdwijnen van de noodzaak om sociale huurwoningen te bouwen is in Rotterdam al enige maanden aan de gang. Dat blijkt ook uit het eind vorige week door het college van B en W gepubliceerde overzicht van lobbybrieven, die werden verstuurd naar informateurs Diederik Samson en Paul van Meenen.
In april schreven Woonstad Rotterdam, Havensteder, Woonbron en Hef Wonen het tweetal zo’n lobbybrief. In dat epistel komt het woord sociale huurwoningen zelfs in het geheel niet voor. De vier zichzelf sociale verhuurders noemende corporaties vroegen Samson en Van Meenen alleen maar aandacht voor het mogen bouwen van betaalbare woningen, daarmee doelend op woningen in het middensegment.
Het gegeven dat het coalitieakkoord van PRO en partners slecht nieuws is voor de minst bedeelde, het langst op een sociale huurwoning wachtende, niet-studerende woningzoekenden heeft tot nog toe geen aandacht gekregen in de lokale media. Ook niet in de gemeenteraad. Aan de Coolsingel 40 ging het de afgelopen week alleen maar over het afschaffen van het gratis openbaar vervoer voor ouderen en natuurlijk over moeizame en verrassende benoemingen van wethouders. Veel spannender.