Het uitbreiden van het aantal taxistandplaatsen zoals in Amsterdam past op dit moment niet binnen de beleidslijn van Rotterdam. Wel zegt verkeerswethouder Lansink-Bastemeijer bereid te zijn bij voortduring te kijken of bestaande standplaatsen op de juiste locaties liggen en doelmatig worden gebruikt. Met andere woorden: voor een herindeling kan men suggesties doen.
Het antwoord van Lansink-Bastemeijer volgt op de ontstane onrust onder taxichauffeurs doordat RTX-vergunningen, volgens signalen uit de branche, onterecht zijn ingetrokken als gevolg van een administratieve fout. De stop op taxistandplaatsen heeft vooral te maken met de coalitieafspraken. Drie van de vier regerende politieke partijen (Leefbaar. VVD en Denk) hebben vier jaar geleden bij de afspraken vooral op het gebied van verkeer en openbare ruimte hun oren laten hangen naar D66, waardoor het gebruik van de schaarse ruimte op straat ‘’een evenwichtige verdeling eist tussen verschillende functies, zoals parkeren, fietsen, voetgangers en de kwaliteit van de openbare ruimte.‘’
Ook toegang tot afgesloten wegen of autoluwe gebieden voor TTO-chauffeurs maakt onderdeel uit van het bredere mobiliteitsbeleid. ‘’Daarbij wordt steeds een afweging gemaakt tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid’’, aldus de VVD-verkeerswethouder, die op dit moment dan ook geen aanleiding ziet om hier generiek uitzonderingen voor TTO-chauffeurs te maken.