Inwoners van Rotterdam leven door luchtverontreiniging gemiddeld twaalf maanden korter dan wanneer de lucht schoon zou zijn. In het centrum van de stad loopt dat op tot veertien maanden. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de GGD Rotterdam-Rijnmond, waarover wethouder Chantal Zeegers (Klimaat, Bouwen en Wonen) de gemeenteraad heeft geïnformeerd.
Volgens het rapport is de luchtkwaliteit in Rotterdam, met name in het centrum en Rotterdam-Noord, slechter dan in andere delen van de regio. Dat hangt samen met de hoge verkeersintensiteit in deze gebieden. De uitkomsten sluiten volgens de wethouder aan bij de eerder gepresenteerde Verkenning programma luchtkwaliteit.
De GGD doet in het rapport vier beleidsaanbevelingen, waaronder het verder terugdringen van bronnen van luchtverontreiniging. Volgens Zeegers sluiten die aanbevelingen grotendeels aan bij het bestaande Rotterdamse beleid en de aanvullende brongerichte maatregelen die al zijn uitgewerkt in de verkenning van het luchtkwaliteitsprogramma.
Rotterdam heeft daarnaast het Schone Lucht Akkoord en het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen ondertekend. Ook geldt beleid voor gevoelige bestemmingen, zoals scholen en kinderdagverblijven.
Een van de aanbevelingen van de GGD is het ontmoedigen van houtstook. Over dat onderwerp ligt sinds eind 2025 het initiatiefvoorstel Kachel uit, gezondheid aan bij de gemeente. Het college brengt daar later dit jaar een advies over uit, waarna de gemeenteraad zich erover buigt.
In de nieuwe collegeperiode wordt een omgevingsprogramma luchtkwaliteit opgesteld. Dat is verplicht op grond van de Omgevingswet. Het programma moet aanvullende brongerichte maatregelen bevatten om de luchtkwaliteit verder te verbeteren en tijdig aan nieuwe Europese normen te voldoen. De adviezen uit het GGD-rapport worden daarbij betrokken, aldus de wethouder.