Hoe zit het met Rotterdamse jongeren in de buitenlandse jeugdzorg?

3 October 2026, 13:17 uur
Politiek
mainImage
PR

De Rotterdamse fractie van PRO wil van het stadsbestuur weten of kinderen en jongeren vanuit de Rotterdamse jeugdzorg in het buitenland zijn geplaatst. De partij stelt daarover schriftelijke vragen naar aanleiding van berichten over ernstige verwaarlozing en mishandeling van Nederlandse jongeren in buitenlandse zorginstellingen.

Raadsleden Stephan Leewis en Quen van Meer vragen het college onder meer hoeveel Rotterdamse kinderen en jongeren in het buitenland verblijven en hoe de gemeente toezicht houdt op de kwaliteit van hun zorg. Ook willen zij weten hoe wordt gegarandeerd dat deze jongeren onderwijs krijgen.

Aanleiding zijn berichten van Follow the Money en NOS/Nieuwsuur over jongeren die naar onder meer Frankrijk werden gestuurd. Volgens PRO werd kinderen en ouders voorgehouden dat de jongeren daar in de natuur tot rust konden komen, terwijl zij volgens de aangehaalde berichtgeving te maken kregen met ernstige verwaarlozing en mishandeling.

De partij vraagt ook of Rotterdam zorgvormen inzet waarbij ouders niet rechtstreeks contact met hun kinderen kunnen hebben. In de aangehaalde berichtgeving staat dat sommige ouders alleen via brieven contact konden onderhouden. De kwaliteit van de zorg zou onder meer via videobellen zijn gecontroleerd.

PRO verbindt de kwestie aan bredere problemen in de jeugdzorg. De fractie wijst erop dat minister Sterk eerder dit jaar excuses aanbood voor de schade die kinderen in gesloten jeugdzorginstellingen is toegebracht. Ook verwijst de partij naar uitspraken van ervaringsdeskundige Jason Bhugwandass. "Het wordt ook gepresenteerd als een komma, niet als een punt", zei hij over die excuses.

De fractie wil daarom weten hoe het staat met alternatieven voor gesloten jeugdhulp. Rotterdam kreeg daarvoor volgens de schriftelijke vragen dit jaar 14,4 miljoen euro van het Rijk. Ook vraagt PRO welke nazorg wordt geboden aan Rotterdamse kinderen die de afgelopen jaren in de gesloten jeugdzorg hebben gezeten.

Daarnaast vraagt de partij aandacht voor kinderen die een-op-eenbegeleiding krijgen. PRO verwijst naar onderzoek van Van der Helm naar 22 kinderen die deze vorm van jeugdzorg kregen in opdracht van de gemeente Rotterdam. Sommige jongeren verbleven volgens de aangehaalde bevindingen in een vakantiehuis of chalet omdat er geen andere geschikte plek beschikbaar was.

De raadsleden willen van het college weten hoeveel Rotterdamse kinderen momenteel nog een-op-eenbegeleiding krijgen en of zij naast begeleiding ook onderwijs en de benodigde zorg ontvangen. Ook vragen zij hoe onderwijs wordt geregeld voor kinderen die bijvoorbeeld in een buitenlandse zorginstelling, een gastgezin of op een vakantiepark verblijven.

Tot slot wil PRO weten welke alternatieven voor gesloten jeugdzorg aanbieders in de regio inmiddels hebben opgezet en hoe Rotterdam ervaringsdeskundigheid van voormalige jeugdzorgkinderen inzet. Volgens de fractie moeten zij daarbij worden "beschermd, gehoord en serieus genomen".