De Rotterdamse VVD heeft in de persoon van Joey Engelen het college van burgemeester en wethouders om opheldering gevraagd over de gevolgen van aflopende erfpacht voor ondernemers. Aanleiding is de situatie van snackbarondernemers Munawar en Raza, die volgens berichtgeving hun zaak niet kunnen verkopen doordat het erfpachtrecht afloopt en een koper daardoor geen zekerheid heeft over voortzetting van de exploitatie.
Ze willen dolgraag met pensioen, maar kúnnen dat domweg niet. „Zes dagen per week reizen mijn broer en ik met de auto vanuit Amsterdam om hier te werken”, zegt Raza in het AD. „Dat doen we met plezier. We zijn van deze stad gaan houden, want we hebben hier zoveel meegemaakt. We willen de zaak nu verkopen, maar belangstellenden haken af omdat ze geen zekerheid hebben hoe lang ze hier kunnen ondernemen en banken willen niet financieren.”
Volgens de VVD dreigt hierdoor het pensioen (de verkoopwaarde van de snackcorner) dat de ondernemers in de loop der jaren hebben opgebouwd verloren te gaan. De partij stelt dat de kwestie ook vragen oproept over de positie van andere ondernemers die vanuit een kiosk of vergelijkbare opstallen op gemeentelijke erfpachtgrond ondernemen. Daarbij verwijst de fractie naar de kiosk aan de Voorschoterlaan in Kralingen, waar volgens de VVD langdurige onzekerheid over de toekomst van de locatie eveneens tot financiële onzekerheid heeft geleid.
De VVD wil van het college onder meer weten hoeveel kiosken, snackbars en vergelijkbare ondernemingen op gemeentelijke grond binnen vijf jaar te maken krijgen met een aflopend erfpachtrecht of een vergelijkbare gebruiksovereenkomst. Ook vraagt de partij of het college inzicht heeft in het aantal bedrijfsoverdrachten dat de afgelopen tien jaar is bemoeilijkt of afgeketst door de resterende looptijd van een erfpachtcontract.
Daarnaast vraagt de fractie of het college erkent dat langdurige onzekerheid over erfpacht en gebiedsontwikkelingen de economische waarde van ondernemingen kan aantasten. De VVD wil weten welke mogelijkheden het college ziet om ondernemers eerder duidelijkheid te geven over de toekomst van hun locatie, bijvoorbeeld via tijdige besluitvorming over verlenging of heruitgifte van erfpacht.
Ook vraagt de partij hoe het college wil voorkomen dat ondernemers langdurig verwikkeld raken in juridische procedures en of geschillen eerder kunnen worden opgelost door tijdige communicatie over gemeentelijke plannen.