PRO Rotterdam maakt zich zorgen dat Rotterdamse pleegkinderen door personeelstekorten in de jeugdbescherming onvoldoende in beeld zijn. De fractie wil in de persoon van raadslid Stephan Leewis van het college weten of alle pleegkinderen een voogd hebben, hoe het toezicht is geregeld en of kinderen in de jeugdzorg regelmatig met een vertrouwenspersoon spreken.
Aanleiding is een bericht van Trouw, waarin staat dat landelijk ruim 200 kinderen geen voogd hebben. Volgens deskundigen kan daardoor onvoldoende zicht zijn op de veiligheid van kinderen in een pleeggezin of jeugdzorginstelling. Ook zijn voogden nodig voor besluiten over onder meer medische zorg, onderwijs, jeugdhulp en reisdocumenten.
De Rotterdamse fractie vraagt zich af of vergelijkbare problemen ook in de Maasstad spelen. Zo wil zij weten in hoeverre personeelstekorten en wachtlijsten de Rotterdamse jeugdbescherming treffen en of de betrokken organisaties voldoen aan de normen van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).
PRO Rotterdam verwijst daarbij naar de gebeurtenissen rond het mishandelde pleegmeisje in Vlaardingen, die vorig jaar leidden tot een breed debat over de kwaliteit van de pleegzorg en het toezicht daarop. Volgens de fractie is het daarom belangrijk dat kwetsbare kinderen niet geïsoleerd raken en dat hun netwerk op orde is.
De partij vraagt het college daarnaast hoe het staat met het versterken van dat netwerk, welke maatregelen worden genomen om kinderen regelmatig met een vertrouwenspersoon te laten spreken en hoe de gemeente wil voorkomen dat een tekort aan voogden verder oploopt.
Ook wil PRO Rotterdam dat het college met minister Mirjam Sterk in gesprek gaat om ervoor te pleiten dat ieder pleegkind over een voogd beschikt.