PRO wil actie na vrijspraak om onduidelijke lozingsregels in de haven

13 August 2026, 11:59 uur
Politiek
mainImage
`Pixabay

De Rotterdamse partij PRO wil van het college van burgemeester en wethouders weten welke maatregelen het neemt nadat een bedrijf dat vervuild afvalwater loosde in de Derde Petroleumhaven is vrijgesproken. De rechter kon niet vaststellen dat de vergunning was overtreden, omdat daarin geen juridisch bindende norm stond voor het maximale aantal lozingen.

De rechtszaak ging over lozingen in de periode van november 2022 tot november 2023. Volgens PRO betekent de vrijspraak niet dat het aantal lozingen vanuit maatschappelijk of milieukundig oogpunt aanvaardbaar was. De partij noemt het "zeer onwenselijk" dat grote hoeveelheden vervuild water kunnen worden geloosd zonder dat daartegen handhavend kan worden opgetreden.

PRO wijst erop dat dergelijke lozingen schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de waterkwaliteit en biodiversiteit. Volgens de partij mag het ontbreken van duidelijke vergunningvoorschriften er bovendien niet toe leiden dat bedrijven voor de goedkoopste oplossing kunnen kiezen als dat ten koste gaat van de leefomgeving. "Heldere en juridisch afdwingbare vergunningvoorschriften zijn daarom noodzakelijk", schrijft raadslid Mina Morkoç in schriftelijke vragen aan het college.

De partij wil onder meer weten of Rotterdam samen met het bevoegd gezag vergunningen of het handhavingsbeleid wil aanpassen. Ook vraagt PRO of het college het bevoegd gezag wil verzoeken vergunningen te actualiseren en juridisch afdwingbare normen voor lozingen op te nemen.

Daarnaast vraagt Morkoç om duidelijkheid over de gevolgen van dergelijke lozingen voor de waterkwaliteit, biodiversiteit en mogelijke gezondheidsrisico's voor Rotterdammers. Als daar nog geen analyse van bestaat, wil PRO weten of het college bereid is die te laten uitvoeren.

De partij vraagt ook aandacht voor vergunningen van andere bedrijven in de Rotterdamse haven. PRO wil weten hoeveel vergelijkbare vergunningen geen juridisch afdwingbare lozingsnormen bevatten en vraagt het college zo nodig een inventarisatie of risicoanalyse uit te voeren.

Volgens de schriftelijke vragen is het niet de eerste keer dat het Openbaar Ministerie tegen het bedrijf uit de rechtszaak is opgetreden. In 2023 kreeg het bedrijf een boete van 1,25 miljoen euro vanwege overtredingen van de milieuvergunning na een grote brand. Het had zich volgens het document niet gehouden aan voorgeschreven procedures en veiligheidsmaatregelen.

PRO verwijst verder naar onderzoek uit 2023 van onder meer Investico. Daaruit bleek volgens de partij dat de vergunningen van ten minste twaalf industriële bedrijven niet in overeenstemming waren met Europese regelgeving voor schoon water. De partij vraagt daarom naar de actuele situatie bij deze bedrijven en wil een overzicht van vergunningen die nog aan de Europese regelgeving moeten worden aangepast.

Ook wil PRO weten wanneer de vergunning van het bedrijf uit de rechtszaak voor het laatst volledig is herzien en wanneer de volgende actualisatie gepland staat. Tot slot vraagt de partij welke lessen het college uit de uitspraak trekt voor toekomstige vergunningverlening en handhaving en hoe Rotterdam ervoor staat met het behalen van de doelstellingen uit de Kaderrichtlijn Water.