Raadslid Nadir Baali van PRO wil van het Rotterdamse college weten hoeveel geld de gemeente kan terugvorderen in de corruptiezaak rond gemeentelijke bouwprojecten. In aanvullende schriftelijke vragen vraagt hij onder meer naar €85,8 miljoen aan bestedingen en meerwerk bij bedrijven die met het onderzoek in verband zijn gebracht. Ook wil hij weten of Rotterdam zich als benadeelde partij in de strafzaak wil voegen.
De zaak draait om drie gemeentelijke medewerkers en zes ondernemingen die door het Openbaar Ministerie als verdachte zijn aangemerkt. Twee eerder geschorste medewerkers kregen in januari 2026 nog officiële waarschuwingen, maar zijn in juli op staande voet ontslagen. Een derde verdachte medewerker was inmiddels met pensioen. De gemeente deed in 2024 aangifte en verrichtte daarnaast zelf onderzoek.
Aanvullende informatie van het Openbaar Ministerie veranderde het beeld van de zaak. De gedragingen van de medewerkers bleken volgens het college "substantieel ernstiger" dan eerder uit het gemeentelijke onderzoek naar voren was gekomen. Baali wil daarom weten of het OM beschikte over feiten die de gemeente niet kon kennen, of dat de gemeente zelf signalen heeft gemist of onvoldoende zwaar heeft gewogen.
Een belangrijk deel van zijn vragen gaat over mogelijke financiële schade. Volgens de jaarstukken gaat het in totaal om €85,8 miljoen aan bestedingen en meerwerk bij bedrijven die met het onderzoek in verband zijn gebracht. Daarvan heeft €46 miljoen betrekking op de periode maart 2014 tot en met 2022. In 2023 ging het om €21,9 miljoen, in 2024 om €15,6 miljoen en in 2025 om €2,3 miljoen.
Baali vraagt welk deel van die €85,8 miljoen terechtkwam bij de zes ondernemingen die nu door het OM worden verdacht. Ook wil hij weten hoe groot de mogelijke financiële schade is en welk bedrag op basis van de meest recente strafrechtelijke informatie kan worden teruggevorderd.
Het raadslid vraagt het college daarnaast welke stappen het zet om eventuele schade te verhalen op de drie betrokken medewerkers en de zes verdachte ondernemingen. Ook wil hij weten of de gemeente van plan is zich als benadeelde partij in de strafzaak te voegen en of daarvoor voldoende bewijsstukken beschikbaar zijn.
Verder wil Baali per jaar en project laten uitzoeken bij welke opdrachten, aanbestedingen, meerwerkbesluiten en betalingen de drie medewerkers en zes ondernemingen betrokken waren. Transacties die nog niet zijn onderzocht zouden volgens zijn vragen alsnog onafhankelijk moeten worden gecontroleerd. Eerder onderzochte transacties zouden opnieuw moeten worden bekeken als de nieuwe informatie van het OM daar aanleiding toe geeft.
Ook de asbestsanering van Museum Boijmans Van Beuningen komt daarbij opnieuw in beeld. Baali vraagt of het college eerdere conclusies over mogelijke fraude, te hoge betalingen en financiële benadeling bij die werkzaamheden opnieuw wil beoordelen vanwege de nieuwe informatie van justitie.
De vragen gaan daarnaast over de manier waarop de gemeente zelf integriteitsonderzoek uitvoert. Baali wil weten welke lessen het college trekt uit het verschil tussen de officiële waarschuwingen in januari en het ontslag op staande voet enkele maanden later. Hij vraagt de gemeente in kaart te brengen of het interne onderzoek, de controles, informatie-uitwisseling en besluitvorming beter hadden gekund.
Ook wil hij opnieuw laten onderzoeken of leidinggevenden signalen hebben genegeerd en of medewerkers die misstanden aankaartten daarvan nadeel hebben ondervonden. Daarbij vraagt hij om onafhankelijk onderzoek naar de manier waarop met deze medewerkers is omgegaan, waarom sommigen de organisatie hebben verlaten en of eerherstel of een andere vorm van herstel nodig is.
Baali vraagt verder of Rotterdam inmiddels geen zaken meer doet met de zes verdachte ondernemingen. Ook wil hij weten welke concrete resultaten maatregelen na onderzoeken van de Rekenkamer en EBBEN hebben opgeleverd, waaronder het centrale Meldpunt Integriteit, een uniforme meldings- en onderzoeksprocedure, screening van kwetsbare functies en aangescherpte financiële controles.
Tot slot vraagt Baali aandacht voor de rol van de Rekenkamer. Die zag op 30 maart 2026 na een verkenning af van volledig vervolgonderzoek naar de ambtelijke integriteit, omdat de gemeente voortvarend aan aanbevelingen werkte. Baali wil weten welke informatie de Rekenkamer toen had over het lopende onderzoek en de officiële waarschuwingen van januari. Hij vraagt het college de nieuwe informatie met de Rekenkamer te delen, zodat die kan beoordelen of het besluit om geen volledig vervolgonderzoek te doen moet worden heroverwogen.