Het Rotterdamse college van burgemeester en wethouders ziet geen noodzaak om aanvullende regels op te stellen voor het uitnodigen van buitenlandse ambassadeurs en consuls. Volgens het stadsbestuur is het landelijke buitenlandbeleid leidend en staat bij gemeentelijke evenementen het belang van Rotterdam voorop.
Dat antwoordt burgemeester Carola Schouten op schriftelijke vragen van raadsleden Kaya en Reitema van PRO. Aanleiding waren eerdere vragen van DENK en de Partij voor de Dieren over de aanwezigheid van de Israëlische ambassadeur bij de herdenking van Loods 24 op 30 juli.
PRO wijst op waarschuwingen van de AIVD en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) over buitenlandse overheden die diasporagemeenschappen monitoren, beïnvloeden of intimideren. De partij pleit daarom voor een landenneutraal afwegingskader, gebaseerd op objectieve criteria.
Het college beschikt niet over zo'n kader. Het uitnodigen van buitenlandse vertegenwoordigers is volgens het stadsbestuur bovendien primair de verantwoordelijkheid van organisatoren. Rotterdam volgt het beleid van het kabinet en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ambassadeurs van landen waarmee Nederland de diplomatieke betrekkingen heeft bevroren, zoals Rusland, Wit-Rusland en Afghanistan, worden niet uitgenodigd.
"Vooralsnog ziet het college geen noodzaak daarvoor aanvullend beleid te formuleren", schrijft het stadsbestuur.
Geen overzicht
Rotterdam houdt niet bij welke buitenlandse diplomaten de afgelopen twee jaar gemeentelijke of gesubsidieerde evenementen bezochten. Een overzicht daarvan ontbreekt.
Het college zegt bekend te zijn met de waarschuwingen van de veiligheidsdiensten over ongewenste buitenlandse inmenging. Die informatie wordt meegewogen bij internationale contacten en bij subsidie- en samenwerkingsrelaties met organisaties.