De gemeente Rotterdam houdt geen toezicht op de inhoud van lessen en lesmaterialen op islamitische scholen en weet ook niet precies hoeveel islamitische internaten of vergelijkbare informele onderwijsinstellingen in de stad actief zijn. Dat schrijft het college van burgemeester en wethouders in antwoord op schriftelijke vragen van Leefbaar Rotterdam.
De vragen werden eind juli gesteld door I.P. Duin van Leefbaar Rotterdam. Aanleiding waren onder meer berichten van NRC uit 2019 en Nieuwsuur uit 2025 over lesmateriaal op sommige Nederlandse islamitische scholen. Daarin zou homoseksualiteit onder meer als zondig of maatschappelijk ontwrichtend worden neergezet. Het college zegt bekend te zijn met die berichtgeving.
Rotterdam houdt zelf geen toezicht op lessen, lesmaterialen of gastlessen. De naleving van wettelijke eisen rond onder meer burgerschap en sociale veiligheid is volgens het stadsbestuur de verantwoordelijkheid van schoolbesturen. De Inspectie van het Onderwijs houdt daarop toezicht.
Wel zegt de gemeente voortdurend met alle Rotterdamse scholen en schoolbesturen in gesprek te zijn over burgerschap, inclusie en sociale veiligheid. Daarbij vindt het college het belangrijk "dat alle leerlingen zich veilig en geaccepteerd voelen". Die gesprekken worden met het gehele Rotterdamse onderwijs gevoerd en zijn niet specifiek gericht op islamitische scholen.
Ook over informele islamitische onderwijsinstellingen heeft de gemeente maar beperkt zicht. Rotterdam beschikt niet over exacte cijfers over het aantal van dergelijke instellingen. Islamitische internaten en andere private en particuliere initiatieven buiten het reguliere onderwijsstelsel worden niet geregistreerd naar aard, omvang, leerlingenaantallen en specifieke locaties.
Voor islamitische jeugdverblijven die onder de Wet op de jeugdverblijven vallen, bestaat wel een landelijk toezichtkader. De GGD voert namens het Rijk periodiek toezicht uit op naleving van die wet. Volgens het college zijn er geen concrete signalen bekend dat in Rotterdamse islamitische jeugdverblijven of andere informele onderwijsinitiatieven antidemocratische of anti-lhbti-opvattingen worden onderwezen.
Leefbaar Rotterdam vroeg het college ook of het, mede naar aanleiding van de in de vragen genoemde aanslag tijdens de Pride in Berlijn, specifiek in gesprek wil gaan met islamitische scholen en de Onderwijsinspectie. Het college ziet geen aanleiding om gesprekken uitsluitend met islamitische scholen te voeren. Burgerschap, inclusie en sociale veiligheid zijn volgens het stadsbestuur voor alle scholen van belang.
Op de vraag of het onderwijzen van de opvatting dat homoseksualiteit zondig is onverenigbaar is met Rotterdamse kernwaarden, antwoordt het college dat het staat voor een stad "waarin iedereen zichzelf kan zijn en waarin discriminatie en lhbtq+-haat geen plaats hebben". Tegelijkertijd bestaat binnen de grenzen van de wet ruimte voor verschillende religieuze en levensbeschouwelijke overtuigingen.
Scholen moeten zich houden aan de wettelijke eisen voor burgerschap en sociale veiligheid. Het toezicht daarop blijft bij de Inspectie van het Onderwijs. De gemeente zegt zich vanuit haar eigen rol te blijven inzetten voor "inclusie, gelijkwaardigheid en een sociaal veilige omgeving voor alle Rotterdamse leerlingen".