‘’Rotterdammers geloven niet meer in hun stadsbestuur. Hun onvrede laten ze al jarenlang merken door weg te blijven bij de stembus: ‘Natuurlijk ga ik niet stemmen. Mijn stem telt niet: de politiek luistert toch niet naar mensen zoals ik.’ Misschien wel de grootste boosdoener? Wat ons betreft is dat niet de komst van migranten, zoals guur-rechts vaak beweert. Het grote probleem is de ‘participatiepuinhoop’: te vaak mochten inwoners voor de vorm ‘participeren’ zonder dat besluiten wijzigden – en vaak was zelfs meepraten te veel gevraagd. Dit moet anders’’, vinden Gerben van Dijk & Pieter Dirk Dekker van de Rotterdamse ChristenUnie en auteurs van het pamflet ‘Politiek voorbij de participatiepuinhoop’.
Ze schrijven: ‘’De Amerikaanse president Lincoln beschreef de democratie als volgt: ‘Government of the people, by the people, for the people’. Maar zo voelt het Rotterdamse stadsbestuur niet voor veel inwoners. Het stadsbestuur doet heus wel aan ‘participatie’. Maar dat gaat meestal ongeveer zo. De wethouder ontwikkelt een plan, bijvoorbeeld voor een nieuw gebouw of een nieuwe weg. Vervolgens worden er een paar avonden georganiseerd voor inwoners of ‘belanghebbenden’. Daar wordt jou zorgvuldig uitgelegd waarom dit plan toch beter is dan jouw wensen of ideeën. ‘Participatie’ als processtap kan zo worden afgevinkt. Prettig voor de administratie. Maar het leidt nauwelijks tot gewijzigde plannen, waardoor inwoners massaal afhaken.
Een recent voorbeeld van zo’n participatiepuinhoop is het besluit tot een groot verdeelstation voor elektriciteit in de Afrikaanderwijk. Na drie jaar lang overleg met het elektriciteitsbedrijf heeft het stadsbestuur een locatie gekozen. Vervolgens kreeg de wijkraad deze pijnlijke vraag: kun je even aan de bewoners van de Afrikaanderwijk uitleggen waarom dit verdeelstation op deze plek moet komen? Alvast bedankt… Zoals de voorzitter van de wijkraad verdrietig samenvatte: ‘De gemeente heeft drie jaar gesproken met experts van kabels en leidingen, maar is de experts van de wijk vergeten.’
We horen het de wethouder nog zeggen: ‘De volgende keer doen we het echt beter, hoor!’ Maar inmiddels leert de ervaring: het wordt niet beter. Het is daarom tijd voor een fundamentele omslag in het politieke denken en werken. We moeten af van ‘participatie’ en toe naar ‘eigenaarschap’: inwoners zijn geen hindernissen op weg naar besluitvorming. Nee, besluiten zijn van a tot z van inwoners – of ze zijn niet. Goede politici die denken en werken vanuit eigenaarschap, nemen geen genoegen met een ‘de volgende keer doen we het beter.’ Nee, die trekken als het moet een streep en sturen desnoods de wethouder terug naar de tekentafel als het stadsbestuur er weer een participatiepuinhoop van heeft gemaakt.
Om te komen tot echt eigenaarschap moet je niet alleen praten over democratische waarden en instituties – een valkuil waar links regelmatig intrapt. Nee, bestuurders en ambtenaren moeten gewoon weer de wijken in. Daarnaast is het essentieel dat besluiten over de eigen buurt, echt samen met inwoners worden genomen, bijvoorbeeld binnen de wijkraad. Daar moeten zij voldoende bevoegdheid en budget voor krijgen. Want het is op dat heel plaatselijke niveau dat de leefbaarheid voor bewoners wordt bepaald. Scheve tegels, slechte straatverlichting, wateroverlast en verkeersonveiligheid – in dat soort ogenschijnlijk kleine zaken valt ontzettend veel te winnen. En laten we wel zijn: daarover kun je het beste de experts van de wijk laten beslissen.
Zo worden inwoners weer eigenaar van de problemen én de oplossingen in hun wijk. Dan zal blijken: soms is de politiek helemaal niet nodig. Ligt er bijvoorbeeld te vaak afval in de speeltuin? Gooi er dan eens geen beleidsplan tegenaan, maar koop samen een paar prikstokken en ga aan de slag. Onze nieuwe burgemeester Carola Schouten geeft hierin het goede voorbeeld. Zij is verantwoordelijk voor de weerbaarheid van onze stad en gaat daarom op allerlei plekken met inwoners in gesprek: hoe zijn jullie in crisissituaties samenredzaam? En wat heb je daarbij van het stadsbestuur nodig?
We hoeven niet bang te zijn om het stadsbestuur terug te geven aan inwoners. Want er zit ongelofelijk veel kracht in de samenleving, zeker in Rotterdam. Er zijn zo veel Rotterdammers vol talent, passie en naastenliefde. Laten we die kracht samen mobiliseren, om te voorkomen dat hij zich tegen ons keert. Ja, Rotterdam is een complex mozaïek met honderden talen en culturen. Goed samenleven is daarmee een uitdaging. Daarom is het des te belangrijker dat iedereen kan meepraten en meedoen. Wat ons betreft begint dat met een stadsbestuur dat ook echt luistert. Want wij geloven in Rotterdam.’’