Raadsleden in Rotterdam willen dat de gemeente onderzoekt hoe ondernemer en filantroop Martijn van der Vorm blijvend kan worden geëerd. Volgens de initiatiefnemers heeft Van der Vorm een uitzonderlijke bijdrage geleverd aan de culturele, maatschappelijke en sociale ontwikkeling van de stad.
Van der Vorm, die onlangs overleed, was via onder meer Stichting De Verre Bergen en Stichting Droom & Daadbetrokken bij tal van Rotterdamse projecten. Daarbij gaat het onder meer om culturele initiatieven zoals Fenix, het Museum Boijmans Van Beuningen, het Depot van Museum Boijmans Van Beuningen en het Nederlands Fotomuseum. Ook droeg hij bij aan kunstwerken en locaties als Moments Contained, De Vlecht, Het Park, het Tramhuis, het Veerhuis, Muziekwerf en het toekomstige Danshuis.
Daarnaast ondersteunde Van der Vorm via initiatieven als Nieuw Vaarwater, Je Goed Recht, Moeders van Rotterdam en Nieuw Thuis Rotterdam verschillende sociale projecten in de stad. Ook leverde hij bijdragen aan de energietoeslag voor Rotterdammers die financiële steun nodig hadden.
De indieners van de schriftelijke vragen stellen dat de betekenis van Van der Vorm voor Rotterdam “onverminderd voortleeft” nu de betrokken stichtingen hun werkzaamheden voortzetten. Zij verwijzen daarbij naar een column van Peter Groenendijk in het Algemeen Dagblad, waarin staat dat Rotterdam hem “grandioos zou moeten eren”.
De raadsleden vragen het college onder meer of het bereid is te onderzoeken op welke manier een passend eerbetoon kan worden gerealiseerd. Daarbij denken zij aan een monument, een naamgeving in de openbare ruimte of een andere blijvende herinnering. Ook willen zij dat het stadsbestuur hierover in gesprek gaat met betrokken organisaties en nabestaanden.
Verder vragen de indieners wanneer de gemeenteraad meer duidelijkheid kan verwachten over eventuele vervolgstappen.