De Rotterdamse wethouder Joan Nunnely (Samenleven, Cultuur en Evenementen) ziet geen reden om afstand te nemen van het gebruik van de term 'Indo' in een gemeentelijk advies over het festival Floating Pasar. Volgens haar heeft de gemeente de benaming overgenomen uit het projectplan van de festivalorganisatie zelf. Het was niet de bedoeling om met de term gemeenschappen te beledigen.
Dat schrijft Nunnely dinsdag 3 november in een brief aan de gemeenteraad. De wethouder reageert daarmee op een vraag van DENK die op 17 september werd gesteld tijdens de bespreking van de korting op Rotterdamse festivals. Nunnely beloofde toen schriftelijk terug te komen op de kwestie.
De discussie draait om een gemeentelijk advies over Floating Pasar, dat is opgesteld in het kader van de regeling projectsubsidie cultuur. In het projectplan legt de organisatie uit waarom zij de term 'Indo' gebruikt als overkoepelende benaming voor verschillende gemeenschappen met een achtergrond in de Indonesische diaspora.
Daarbij gaat het onder meer om Indische, Molukse, Indonesische, Papua, Javaans-Surinaamse en Peranekan-Chinese gemeenschappen. Volgens de festivalorganisatie hebben deze groepen ieder hun eigen geschiedenis en culturele tradities, maar bestaan er ook overeenkomsten in migratiegeschiedenis, familieverhalen en het koloniale verleden.
Voor veel jongere generaties is 'Indo' volgens de organisatie bovendien een eigentijdse, zelfgekozen identiteit die minder verbonden is aan koloniale terminologie. Tegelijkertijd erkent de organisatie dat niet iedereen met wortels in de Indonesische diaspora zich in deze benaming herkent.
Nunnely benadrukt dat de gemeente uitsluitend de terminologie van de festivalorganisatie heeft gevolgd. "Het is geenszins de intentie om met het gebruik van deze term gemeenschappen te beledigen", schrijft de wethouder.