Duidelijk is dat burgemeester Ahmed Aboutaleb er verstandiger aan zou hebben gedaan om in het radioprogramma Dit is de Dag z’n mond te houden over het salafisme. Zelfs SP-fractieleider Leo de Kleijn, die het hele raadsdebat vanmiddag nutteloos vond en bij de taalkundige inhoud van het begrip salafisme letterlijk en figuurlijk de kerk in het midden hield, vroeg hem wel om in de komende tijd terughoudend te zijn en zijn persoonlijke geloofsmening in te slikken.

De pijnlijke wijze waarop in de raadsvergadering bij de behandeling van het optreden van de burgemeester sommige raadsleden elkaar in de haren vlogen was een bevestiging van het vermoeden van Leefbaar-raadslid Tanya Hoogwerf dat de uitspraken van Aboutaleb Rotterdam zwaar aan het denken hadden gezet.

Eén zin: ‘’Ik ben een beetje salafist’’.

Met als gevolg dat sommige raadsleden woordelijk over elkaar heen buitelden. Tanya Hoogwerf werd door De Kleijn ‘een keukenmeid’ genoemd, Hoogwerf tastte vervolgens de integriteit van De Kleijn aan door te roepen dat hij zich voor een karretje liet spannen en Nida-voorman Nourdin el Ouali riedelde zijn bekende riedeltje, dat er in Nederland een sfeer gecreëerd is dat iedere moslim verdacht is en vogelvrij.

‘’Voor wie laat ik me voor een karretje spannen?’’, vroeg De Kleijn, ‘’ik neem aan toch niet voor al die haatdragende imams, die u er zojuist heeft bijgehaald?’’
Het duurde even, maat toen Hoogwerf uiteindelijk toegaf dat de Partij van de Arbeid dat karretje bleek te zijn, werd er tenminste nog even gelachen.

Kort, want het beviel Nourdin el Ouali van Nida voor geen meter dat daarna ook de politiehoofddoek weer ter tafel kwam. ‘’Die moet buiten het debat blijven’’, vond hij. ‘’Ja, nu het u uitkomt wel’’, beet Leefbaar-fractie Ronald Buyt hem toe, om er aan toe te voegen: ‘’Heerlijk om u door de mand te zien vallen.’’

Dat was de sfeer in de eerste termijn over die ene zin: ‘’Ik ben een beetje salafist’’.

SP vond dat Leefbaar er een hype van had gemaakt. De PvdA citeerde de AIVD die gezegd heeft dat salafisten niet op één hoop geveegd moeten worden. De CDA pleitte voor bescherming van de samenleving. Nida daarentegen vond de uitspraak van Aboutaleb weer juist een verademing en van lieverlee spoorde het debat dus naar een wirwar van theologische- bijna academische begrippen, meningen en tegenstellingen, waarvan Leo de Kleijn op voorhand al had gezegd: hier heeft de Rotterdammer niets aan.

In zijn lange antwoord zei burgemeester Aboutaleb dat hij het ‘met een knipoog had gezegd’ en ook ‘dat hij zich de consternatie er niet van had gerealiseerd’’. Zelfs met de verdere terughoudendheid was hij in principe eigenlijk best akkoord, maar ‘’dat zal lastig worden als verantwoordelijke voor de openbare orde.’’

Print Friendly, PDF & Email