De burgemeester van Rotterdam heeft zijn 45 raadsleden, waarvan sinds eind maart meer dan de helft debutanten, nog eens in een brief uitgelegd dat hij demonstraties alleen beperkingen kan opleggen als er sprake is van gevaar voor de gezondheid, bij wanordelijkheden en obstructie van het verkeer.

Op welk moment zo’n beperking vitaal wordt – bij de aankondiging, op de dag zelf als de demonstratie uit de hand dreigt te lopen of wanneer het daadwerkelijk gebeurt – houdt hij in zijn bief voor zichzelf.

In elk geval is duidelijk dat de Aboutaleb vrij snel en vrij makkelijk alle middelen in handen heeft om politieke en religieuze bijeenkomsten – als nieuwe trendsetters – te verplaatsen naar onbewoonbare gebieden.

Met de toename van andersoortige (vooral vijandiger) demonstraties dan men in de laatste vijftig jaar gewend is geweest, is de vrijheid van het nemen zo’n besluit niet alleen voor een burgemeester van belang, maar als wetenschap ook voor de Rotterdammers. Grondwettelijk staat Aboutaleb niets in de weg om een demonstratie te verplaatsen als de gezondheid voor burgers gevaar loopt. Bij religieuze en politieke wanordelijkheden is dat namelijk vrijwel altijd het geval.

In zijn brief aan zijn raadsleden somt burgemeester Aboutaleb een tweetal demonstraties die de regels van de Wet Openbare Manifestaties opnieuw scherp onder de aandacht brachten. Sinterklaas, 2016. Pegida, 2018.

Duidelijk is dat hier twee groepen tegen elkaar kwamen te staan die elkaar niet konden luchten of zien. In beide gevallen koos Aboutaleb voor de heiligheid van het grondrecht. Hij wil, schrijft hij, dat de rode loper voor het vrije woord altijd uitgerold moet worden en dat de keuze van de plek waar de demonstrant dit wil eerbiediging verdient.

‘’Het recht om te demonstreren is een grondrecht en dat mag niet onnodig worden beperkt. Dit vraagt van de overheid een faciliterende houding.’’

De raadgevers van de burgemeester bij demonstratiebesluiten zijn de politiechef en het OM. Bij evaluaties aangevuld door de Rotterdamse- en Nationale Ombudsman, burgemeesters uit diverse andere gemeenten en specialisten uit de academische wereld.

‘’Het besef dat demonstreren een grondrecht is, en dat demonstraties in beginsel moeten kunnen plaatsvinden op de plaats en manier als door de organisatoren gewenst en dat de overheid waar mogelijk faciliterend optreedt, leeft sterk bij de driehoek’’, laat Aboutaleb weten, waarmee hij het mogelijke vermoeden van eigenzinnigheid wil wegnemen.

‘’Wij verwachten van demonstranten dat zij van tevoren een kennisgeving doen van hun demonstratie zodat in een vroeg stadium afstemming kan plaatsvinden. Contact in een zo vroeg mogelijk stadium zorgt ook voor een betere informatiepositie waardoor er beter inschattingen kunnen worden gemaakt voor een adequate inzet en maatregelen. Er wordt veel geïnvesteerd in contact vooraf en ik verwacht van demonstranten ook dat zij bereikbaar zijn om in overleg te treden.’’

Noodbevelen en noodverordeningen zijn alleen van toepassing als de orde wordt verstoord door groepen die niet zijn aan te merken als (tegen)demonstranten.

Print Friendly, PDF & Email