Minister typeert Hoogstad puntgaaf

mainImage
Minister typeert Hoogstad puntgaaf

Door Jan D. Swart

Ruim vierhonderd genodigden hebben maandagmiddag in Arminius afscheid genomen van de journalist Mark Hoogstad, die vorige week op 48-jarige leeftijd overleed aan prostaatkanker waarvan hij negen maanden geleden wetenschap kreeg op de avond dat zijn Magnus Opus over de stad werd gepresenteerd: het boek ‘Rotterdam, een stad van twee snelheden.’ Ook dat was in de Arminiuskerk, net als toen Hoogstad kort geleden de Rotterdamse persprijs 2018 uitgereikt kreeg.

Onder de aanwezigen bij de afscheidsdienst onder meer wereld- en Olympisch kampioen zwemmen Pieter van den Hoogenband, wiens prestaties door Hoogstad werden gevolgd toen hij nog sportjournalist was bij de NRC. Die krant verliet hij toen Rotterdam voor Amsterdam werd ingeruild. ‘’Voor Mark een stap te ver’’, sprak een oud-collega van de NRC tijdens de dienst. Daarna was Hoogstad lange tijd politiekredacteur van de Rotterdamse editie van het AD en werd hij gevreesd en gewaardeerd ‘’de luis in de pels’’ op het stadhuis. Tientallen raadsleden die hem in die periode aan de Coolsingel hebben meegemaakt brachten hem vanmiddag de laatste eer. Ook enkele wethouders en oud-wethouders.

‘’Bij de eerste kennismaking van de nieuwe wethouders met het Rotterdamse journaille, in mei 2010, vroeg Mark me – knipogend naar mijn woordvoerder – op de man af om mijn telefoonnummer’’, vertelde vicepremier Hugo de Jonge namens alle aanwezige politici.
‘’Zie je wel, en zo hoort het,’’ zei hij grijzend tegen mijn woordvoerder. ''Gelukt.'' En tegen mij zei hij gedecideerd: ‘’Wij, jij en ik, moeten direct contact hebben en niet de hele tijd met een woordvoerder er tussen.’’

‘’Mark deed zijn werk met branie, en bravoure. Joviaal in de omgang, scherp in zijn observaties, fair maar onverbiddelijk in zijn oordelen. Hij kon genieten als zijn naam viel in de raadsvergaderingen en zijn verzuchtingen vanaf de perstribune waren soms in de hele zaal te horen. Met de mimiek van een volleerd acteur maakte hij duidelijk hoe hij dacht over het debat van dat moment’’, herinnerde De Jonge zich. ‘’Mark kon onbedaarlijk genieten van fijne zinnen en mooie woorden. Niet in de minste plaats als het om zijn eigen werk ging.
‘Er zit weer een aantal pareltjes in mijn opinie van hedenochtend verstopt’’, appte hij dan ’s ochtendsvroeg. En als de complimenten voor zijn pennevruchten niet vanzelf kwamen, schroomde hij ook niet om er achteraan te appen: ‘’De opinie van hedenochtend waaraan ik zoëven refereerde, noopt tot een retweet, dunkt me.’’

In de briljante toespraak van minister Hugo de Jonge kwam ook nog goed de ergernis van Hoogstad tot uiting over het woord ‘’stukje.’’
Mark schreef geen stukjes.
De Jonge: ‘’Over het journalistieke ambacht mocht niet badinerend worden gesproken. ‘Stukjes maken wij met de Kerst’, zei hij, en toen hij vond dat hij dit inmiddels vaak genoeg had gezegd, zei hij: ‘Stukjes haal je uit je neus.’’

Mark Hoogstad laat een echtgenote en twee dochters achter.


Foto: Digitaal Dagblad