‘’Luc van Dam was eigenlijk een betere bokser dan ik, God hebbe zijn ziel. Luc en ik zaten bij Huizenaar. ‘Blijf van die mokkels af’, zei Theo altijd, want hij wist hoe geil we waren. Maar Luc was ook nooit te houden. Zelfs aan het eind van z’n leven is hij er nog een keer ingetuind. Hij werd leip van een wijf met een kunstneus. De echte was afgebeten. Toen Luc dood was heeft zij me nog een keer gebeld. Of ik langs wilde komen. Mooi niet.’’

’s Lands beste bokser Bep van Klaveren (1907 – 1992) vertelde in 1977 een groot deel van zijn levensverhaal aan Jan D. Swart, de huidige politiek redacteur van Dagblad010. Omdat er binnenkort een korte film over de Dutch Windmill wordt vertoond en het bovendien dit jaar 90 jaar geleden is dat hij op de Olympische Spelen in Nederland goud won in het vedergewicht een flashback.

‘Dat wijf kwam uit een kakenbenenhuishouden.’

‘’Ik lag met die Margarieta in Amerika in bed en we waren nog niet getrouwd. Ineens stond haar ouwe vaar voor ons neus. Een pistool in zijn hand. Ik schrok me de pleuris. Ik dacht: attenojeleine, Bep, je gaat eraan. Maar nee hoor, opeens sprak hij: ik zie dat jullie het goed kunnen vinden, je hebt mijn zegen. Hij verliet de kamer en twee minuten later hoorde ik een schot. Zelfmoord. Helemaal de pijp uit. Zo’n joekel van een gat in z’n kop.

Later bleek: dat wijf kwam uit een kakebenenhuishouden. Ze hadden niks, helemaal niks. Ik was gewoon gekoppeld. Die moeder deugde ook niet. Toen ik die griet later een schop voor d’r kont gaf, omdat ze me arm had gemaakt, zei die moeder nog niks, want ik had haar een keer gesnapt met een andere vent in bed. Ik had de ziekte aan dat kreng. Toen haar dochter even een avondje pleite was, liep ze mijn slaapkamer binnen. Ik sliep, maar voelde wel een hand tussen mijn benen.

Dat huwelijk was een complete mislukking. Ik hield er een scheve bek aan over. Op een dag stond ik op en had ik een gezicht alsof ik een beroerte had gehad. Achteraf bleek het een simpele gezichtsverlamming te zijn, maar wist ik veel? De dokter zei: don’t worry, honderd procent herstel. Het kan dertig jaar duren, of binnen een paar maanden. Toen werd ik gek. Ik denk: ik maak er een einde aan. Bep van Klaveren met een scheve smoel, nooit van m’n leven. Maar binnen tien dagen was het door een masseur recht gemasseerd. Toen heb ik dat wijf opgedoekt.”

Deel 3, later vandaag


Luc van Dam, links.

Print Friendly, PDF & Email

Reageer op dit artikel

Bron: Jan D. Swart Archief

Elke avond het laatste nieuws uit Rotterdam? Gratis abonneren!