In 1987 – tien jaar na het lange interview met Bep van Klaveren en vijf jaar voor zijn dood op 84 jarige leeftijd – ontvangt voormalig Olympisch- en Europees kampioen bokser Bep van Klaveren verslaggever Jan D. Swart (toen Rotterdams Nieuwblad) in ontbloot bovenlichaam. Daaronder een strakke afkledende pyjamabroek, waarvan de pijpen in wollen sokken verdwijnen. Zijn voeten zitten in de oude vertrouwde sloffen van weleer. Swart neemt bloemen mee.
‘’Sodemieter op met die rotzooi, mafketel. Ik ben niet dood’’.
De dialoog ontstaat.
‘’Maar je haar wordt wel dunner.’’
‘’Krijg jij gauw de tyfus, vuile doodgraver. Mijn handen gaan jeuken.’’

Bij de viering van Bep van Klaverens 80e verjaardag in het Feyenoord Stadion pakt de dan zeven jaar oudere leermeester en bokspromotor Theo Huizenaar diezelfde handen vast, houdt ze als een kind omhoog en roept: ‘’dames en heren, deze handen hebben niet alleen gebokst en gevochten, deze handen hebben gestroopt, geroofd en gestolen en van wie hebben die handen óók gestolen?’’.
‘’Van jou’’, antwoordt Van Klaveren.

‘Ik keek en kreeg gelijk een dweil voor m’n kanis’

‘’Dames en heren, dertig jaar lang heb ik geprobeerd om die vrijer in het gareel te krijgen, maar het is me niet gelukt. Weet je nog, Bep, toen je die vrouw op een ladder zag staan?’’.
‘’Attenojelijne, die had geen broek aan. Maar toen ik naar boven keek sloeg ze me met een dweil voor m’n kanis’’.

Als Bep van Klaveren enkele minuten later vanaf het toneel de zaal inloopt, draait hij bij voetbaltrainer Rob Jacobs lachend diens arm uit de kom, slaat hij bij Kees Jansma de bril van zijn neus en roffelt in het voorbij gaan enkele anderen hartgrondig op de maagstreek, zodat iedereen kan vaststellen dat hij het allemaal nog niet verleerd is.

De beroemdste bokser van Rotterdam leeft tot aan zijn dood van zijn aow en wordt voor de extra’s onderhouden door zijn fan Aad Veerman, die uiteindelijk ook de stappen onderneemt om Bep van Klaveren met een standbeeld te vereeuwigen in Crooswijk, niet ver van de vroegere veemarkt. Het beeld is nagenoeg volledig door Veerman zelf betaald. In de subsidiefabriek van Rotterdam zat geld zat, maar werd beheerd door de Partij van de Arbeid en die had alleen oog voor kunstwerken die niemand begreep.

De naam van Bep van Klaveren wordt al jaren in herinnering gehouden dankzij de jaarlijkse Bep van Klaveren Memorial, die Veerman begon en inmiddels door het duo Pim Blokland-Ardie den Hoed is overgenomen.

Print Friendly, PDF & Email

Reageer op dit artikel

Bron: Jan D. Swart Archief

Elke avond het laatste nieuws uit Rotterdam? Gratis abonneren!